• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst

Down To Earth Magazine

Milieu | Mensen | Meningen

Logo Down To Earth

Zoek op de site

  • Home
  • Onderwerpen
    • Uitgelicht
    • Energie & klimaat
    • Landbouw & voedsel
    • Mobiliteit
    • Bossen
    • Economie
    • Mensenrechten
  • Rubrieken
    • Interview
    • De Activist
    • Opinie
    • Boeken en films
    • Consument
    • Recept
    • Columns
  • Magazines
  • Nieuwsbrief
  • Over ons
Home > Boeren voor de toekomst > Bio-veganistische landbouw: “We proberen alle industriële shit weg te laten”

Bio-veganistische landbouw: “We proberen alle industriële shit weg te laten”

Marije Wilmink | 23 februari 2026 |

Een groep puttertjes vliegt op van een veld op boerderij Zonnegoed.
Beeld: Joost van Strien en @Zonnegoed_farm

Veganistisch boeren, dat is landbouw bedrijven zonder gebruik van dierlijke mest. En als het aan boer Joost van Strien ligt ook zonder kunstmest. Met zijn akkerbouwbedrijf Zonnegoed in Ems ging hij in 2020 voor 100 procent plantaardig.

Als 25-jarige nam Joost van Strien 33 jaar geleden een ‘gewoon’ akker bouwbedrijf over van zijn schoonmoeder. “Vijf jaar later dacht ik: dit kan en moet anders. Ik besloot als biologische boer verder te gaan. Dat gaf direct allerlei uitdagingen. Ik stapte er dan ook behoorlijk principieel in. De regelgeving stond toe dat je als biologische boer nog 60 procent gangbare diermest mocht gebruiken – inmiddels is dat 30 procent – maar ik wilde alle mest biologisch hebben. Helaas hebben we daarvan te weinig.

Die medewerkers van boerderij Zonneveld houden geoogste pompoenen omhoog. Ze staan in het pompoen veld, voor een tractor met twee kisten pompoenen voorop.

Dus ik ben gaan uitzoeken hoe je zaaibedden ook op andere manieren van biologische voeding kan voorzien. Om te beginnen met vlinderbloemigen, zoals klaver en luzerne. Dat zijn stikstofbindende gewassen die je als 100 procent plantaardige meststof kunt gebruiken. Luzerne wordt al lang verbouwd, maar dan om als veevoer te verkopen. Veel van de stikstof vervluchtigt dan juist weer uit de mest als ammoniak. Bovendien is het een enorm gesleep met die luzerne als voergewas, van akkerbouw naar vee bedrijf en dan weer terug in de vorm van dierlijke mest. Wat wij hebben gedaan, is de koe uit de cyclus halen en luzernemaaisel rechtstreeks aan onze gewassen toedienen.”

Tjokvol bodemleven

Daarvoor was overigens nog iets anders van groot belang: een uitmuntend bodemleven. “Om luzerne tot iets voedingsrijks maken, moet je bodem tjokvol bacteriën, schimmels en wormen zitten. Dus daaraan zijn we gaan werken, onder meer door niet meer met zware machines over het land te rijden.”

Een hand houdt een enorme wortel omhoog. Het zijn eigenlijk vier vergroeide wortels, die samen een soort vlecht vormen.

In 2008 deed het Louis Bolk Instituut onderzoek bij Zonnegoed: lukt het om de bodem in een paar teeltbedden met alleen luzernebemesting rijk genoeg te maken? Ja, zo bleek. “Wij hadden echter nog steeds een probleem: het was te duur om uit te kunnen. Biologische diermest is veel goedkoper. Te goedkoop, zou ik zeggen. En helemaal niet oké, bleek in 2020 toen onderzoek aantoonde dat er ook in biologische diermest heel veel residu van bestrijdingsmiddelen zit. Dat vond ik zo schokkend! Op dat moment besloot ik álle dierlijke mest af te zweren.”

Joost gebruikt nu naast de luzerne maaisel uit natuurgebieden van Natuurmonumenten. “Daarmee lossen we meteen het stikstofprobleem op die plekken op. De vegetatie in natuurgebieden is zo rijk, dat stikstofminnende soorten daar de stikstofarme soorten overwoekeren. Daar maaien levert fantastische compost op waar het bodemleven enorm blij mee is. Tegelijkertijd zorg je door het afvoeren van die stikstofrijke vegetatie voor een schralere bodem in natuurgebieden, waardoor daar weer meer zeldzame planten kunnen groeien.”

No Shit Food

Een oogst machine rijdt over het land, en laat een spoor van bieten achter.

Met zijn team van vier vaste medewerkers wil Joost niet alleen een teeltbedrijf zijn, maar expliciet een maatschappelijke rol spelen. “Het is pionieren wat we doen. Dat kan omdat ik een leuke financiële buffer had opgebouwd, maar op een gegeven moment moeten de baten wel hoger worden dan de kosten. Ik kan echter niet anders. Ik voel een drive om niet alleen met mijn eigen boerderij bezig te zijn maar ook impact te maken op mijn omgeving en op voedselproductie in wijdere kring. Dat maakt het boer zijn leuk en waardevol voor mij.”

Inmiddels gebruikt Zonnegoed de term No Shit Food als merknaam. “We proberen burgers en bedrijven op allerlei manieren te laten kennismaken met onze veganistische werkwijze, en onze producten – zoals aardappelen, bieten, pastinaak, pompoenen en quinoa – te laten afnemen. Van supermarkten moeten we het nog niet hebben, dan gaat er te veel marge van onze opbrengst af. We hebben inmiddels 260 particuliere groenteabonnees en leveren aan restaurants en ziekenhuizen.”

Het gebrek aan een overkoepelende infrastructuur die veganistische landbouwproducten vindbaar maakt, is een uitdaging. “Sterker nog: onze afzetmarkt kreeg een extra douw doordat we veganistisch gingen telen. We verloren daardoor het Demeter-keurmerk voor biologisch-dynamische voeding.” Demeter houdt vast aan het idee van biologisch-dynamisch boeren als een samenspel tussen mens, gewas en dier. “Omdat bij ons het dier, om preciezer te zijn de koe ertussenuit is, zijn we in hun ogen niet meer BD, raar genoeg.”

Mensenmest

Zonnegoed kwam wel in aanmerking voor het internationale keurmerk Biocyclic Vegan Standard, als eerste boerenbedrijf in Nederland. Er bestaat ook een netwerk voor biocyclische-veganlandbouw (bio-veganlandbouw in het kort) in Nederland en Vlaanderen, om landbouw zonder productiedieren, dierlijke mest en kunstmest te stimuleren. “Als biocyclische-veganboer doe je meer dan dierlijke mest vermijden. We proberen in de hele keten alle industriële shit weg te laten.”

“We verloren het keurmerk voor biodynamische voeding toen we vegan gingen telen”

Het gaat volgens de vegan boer om het ontwikkelen van geheel cyclische processen. “Het huidige voedselsysteem is lek. Alle voedingsstoffen die we uitpoepen en in het riool komen, gaan verloren. Ik vind dat we ervoor moeten zorgen dat mensenmest terug de landbouw in gaat. Dat kan nu nog niet, omdat er zoveel drugs en antibiotica in onze uitwerpselen zitten, maar we moeten dus gaan zorgen dat we de voedingsstoffen daaruit kunnen halen om die puur, zonder verontreiniging, als meststof te gebruiken.” Bovendien kost het houden van vee veel grond. Nu wordt 75 tot 80 procent van de landbouwgrond gebruikt voor veevoer en dus indirect voor mensen, en slechts 20 tot 25 procent direct voor directe humane voeding.

Bijna jaarrond

Twee mederwerkers, een jonge vrouw met groene trui en een oudere man met bril, laten de camera een handvol zaden zien.

In 2024 brachten Strootman Landschapsarchitecten en onderzoekers van de Universiteit Leiden de publicatie Nederland Veganland uit. In deze ‘denkoefening’ rekenen zij voor dat een volledig plantaardige voedselproductie voor circa 20 miljoen Nederlanders inderdaad mogelijk is. Anders dan Joost menen zij echter dat hiervoor nog wel een beetje kunstmest nodig is. Hoe dat zo, vroegen we aan medeauteur Joran Lammers, ontwerpend onderzoeker en promovendus aan de Universiteit Leiden. Lammers: “Nederland Veganland is een gedachtenexperiment: hoe bouw je een plantaardig voedselvoorzieningssysteem met zo min mogelijk bijeffecten op klimaat en biodiversiteit? We becijferden hoe je toekan met teeltrotatie, het gebruik van stikstofbindende vlinderbloemigen en de inzet van natuurgebieden als bron van maaibemesting. Kijkend naar voedselzekerheid is dat voor het overgrote deel van het jaar mogelijk, behalve in het voorjaar. Dan moet je gewassen een extra boost kunnen geven, en daar komt dat beetje kunstmest om de hoek kijken. Omdat ons expliciete doel was een aansprekend verhaal voor mainstream Nederland op papier te zetten, gebaseerd op wat nu al gebeurt of kan, hebben we de optie van mensenpoep zoals Joost van Strien bepleit niet meegenomen. Maar de bewerking van mensenpoep is wel een interessante innovatie-uitdaging.”

Reeën en roofvogels

Ondertussen werkt Joost vol vaart door aan zijn veganistische voorbeeldbedrijf en begon hij een voedselbos. “Als akkerbouwer ben je maar bezig met ploegen, schoffelen, zaaien. Ik wilde graag zien wat er gebeurt als je een stuk land gewoon met rust laat. Wat als eerste opviel: hoeveel dieren erop afkomen! Egeltjes, reeën, roofvogels…”

Een bovenaanzicht van het voedselbos . Het bos Is driehoekig, met een cirkel in het midden, en wordt omringd door weilanden. Bovenaan het bos staat een boerderij.

Het voedselbos inspireerde Joost om te proberen ook meer leven naar de akkers te trekken. Zo ging Zonnegoed over op strokenteelt. “We hebben nu niet 8 maar 100 percelen waarop we gewassen verbouwen. We zien nu veel meer insecten. Heel verklaarbaar. Als je bijvoorbeeld 10 hectare graan verbouwt en dat in één keer oogst, zitten alle kruipende insecten na het oogsten opeens in een woestijn en vertrekken of sterven ze. Maar als je met kleinere perceeltjes werkt, kunnen ze 5 meter verderop een ander gewas in.” Ook legde Joost stroken met bomen en struiken aan langs de akkerbouwpercelen. “Dat trekt dieren aan, en zorgt op de langere termijn ook nog eens voor meer weerbaarheid tegen klimaatverandering – droogte, hitte en wind.”

Kom op de mailinglijst

Schrijf je in voor de D2E nieuwsbrief

Categorie: Boeren voor de toekomst, Landbouw & voedsel Tags: voedselvoorziening, landbouw, voedselbos, vegan Verschenen in: Down to Earth 93

Marije Wilmink

Marije Wilmink

Schrijver

  • Alle artikelen van Marije Wilmink op Down To Earth Magazine

Gerelateerde berichten

Boeren voor de toekomst

“Het begint allemaal met een zaadje”

Reclaim the Seeds organiseert zadenmarkten, voor de biodiversiteit en tegen de monopolievorming van grote bedrijven in de agro-industrie.
Samen eten

“Kook jij even 60 liter soep?”

Down to Earth gaat een hapje eten bij De Sering, een Amsterdamse volkskeuken die gerund wordt door activisten.
Landbouw & voedsel, Uitgesproken

“Stop met het kweken van insecten voor consumptie”

Volgens Bernice Bovenkerk houden we met het eten van insecten het échte probleem in stand: de intensieve veehouderij.
Interview, Landbouw & voedsel

“Heeft Oatly zijn ziel verkocht? En is dat erg?”

Journalist Katz Laszlo deed onderzoek naar havermelkproducent Oatly, en maakte een podcast over haar bevindingen.

Footer

Ontvang ons magazine

Recente reacties

  • Rob Dikkers op Op Achterhoekse akkers keert de natuur terug
  • Marijke Kortekaas op Inheemse toppers voor in de tuin
  • Alexa op Fluweelzachte muren zonder latex
  • Loek Beukman op Protesteren met een smiley
  • Ingrid Staal op Gek van insecten: Paul Beuk
  • Ronaldo op “De tijd van het ecopopulisme is aangebroken”
  • Loek Beukman op “Het probleem ligt bij de machine”

Lees ons papieren magazine

Lees Down to Earth 93

Contact

Redactieadres:
Willem Fenengastraat 19-23
1096 BL Amsterdam
Tel: 020-5507433
redactie@downtoearthmagazine.nl

Over ons

  • Over ons
  • Word abonnee
  • Disclaimer
  • Privacy en cookies

Volg ons