
Grote verzekeraars slaan alarm: door extreme weersomstandigheden dreigen hele regio’s onverzekerbaar te worden. Bereidt de sector zich voor op de gevaren van de klimaatcrisis? Premies gaan omhoog, maar er worden nog altijd miljarden geïnvesteerd in olie en gas.
Het hoofdkantoor van verzekeringsgigant Allianz ligt aan een park net buiten het stadscentrum van München, een dikke laag klimop baant zich langs de witte gevel een weg naar boven. Vanuit zijn werkkamer bovenin het kantorencomplex besluit topman Günther Thallinger in de lente van 2025 een alarmerend bericht op LinkedIn te publiceren. Volgens de Oostenrijkse wiskundige is klimaatverandering een existentiële bedreiging voor de verzekeringssector. En dat legt een bom onder het mondiale financiële systeem.
Allianz is niet de minste stem in de financiële wereld: wereldwijd bedient het concern 128 miljoen klanten in bijna zeventig landen. Nu extreem weer vaker voorkomt, moeten verzekeraars steeds hogere schadeclaims uitbetalen, zegt Günther. De premies die nodig zijn om die risico’s af te dekken, worden zo hoog dat de meeste mensen en bedrijven ze niet meer kunnen betalen. Banken zullen dan geen hypotheken of bedrijfsleningen meer verstrekken, de huizenmarkt stort in, bouwprojecten lopen vast en ondernemers kunnen niet meer aan kapitaal komen. “De financiële sector zoals we die kennen houdt dan op te bestaan”, schrijft Günther op apocalyptische toon.
Verzekeringscrisis
De verzekeringsbranche speelt een cruciale rol in de mondiale economie. Verzekeringen dekken risico’s af waardoor bedrijven geld kunnen lenen om te investeren, brand- of schadeverzekeringen zorgen ervoor dat banken hypotheken en kredieten durven te verstrekken aan huizenkopers of projectontwikkelaars, scheepsladingen graan, olie of laptops worden verzekerd voordat ze over de hele wereld worden vervoerd.

Klimaatrampen en extremer weer dwingen verzekeraars er nu toe om opnieuw in te schatten tegen welke prijs ze een huis of een lading graan willen verzekeren. Het aan de Universiteit van Amsterdam verbonden onderzoeksinstituut SEO wilde weleens weten hoe groot de invloed van de klimaatcrisis nu precies is op de premies. Door verschillende datasets van klimaatwetenschappers af te zetten tegen financiële gegevens uit de verzekeringsbranche, wisten onderzoekers Nienke Oomes en Pedro Romao de wereldwijde verzekerde verliezen door klimaatverandering in 2022 vast te stellen op ruim 130 miljard dollar. Een verviervoudiging ten opzichte van 2003, en het derde jaar op rij waarin de magische grens van 100 miljard werd overschreden.
“De financiële sector zoals we die kennen houdt dan op te bestaan”
Het tweetal vreest dat een verzekeringscrisis – wanneer de premies hoger worden dan wat de meeste polishouders zich kunnen veroorloven – onafwendbaar wordt als die trend doorzet. Volgens Pedro wordt die verzekeringscrisis een steeds groter probleem voor de woningmarkt. “De meeste markten kunnen niet zonder verzekeringen. Als banken risico’s gaan mijden, verdwijnt er veel geld uit de economie en wordt er niet meer geïnvesteerd. Mijn voorspelling is dat je dat het eerst gaat merken op de woningmarkt. Als de totale hoeveelheid verzekerde verliezen door extreem weer zo groot wordt dat je geen polis meer kunt betalen, wordt het voor de meeste mensen onmogelijk om nog langer een huis te kopen of verkopen.”
Hoge vergoedingen
De onverzekerbare wereld waarvoor Günther Thallinger waarschuwt, tekent zich al af. Verzekeraars trekken weg uit het door bosbranden geteisterde Californië en in Florida’s kustgebieden is het haast onmogelijk geworden om vastgoed te verzekeren vanwege het orkaangevaar.
Dichter bij huis resulteerde het noodweer in 2024 in Valencia in een schadepost van meer dan 4 miljard euro. Die werd voor een aanzienlijk deel opgevangen door de privaat-publieke verzekeringsmaatschappij Consorcio de Compensación de Seguros (CCS) van de Spaanse staat. Toen in de zomer van 2021 delen van Duitsland, Nederland en België verrast werden door noodweer en overstromingen, moest de overheid ook bijspringen om alle gedupeerden te kunnen vergoeden. In de zwaar getroffen Belgische provincies Namen, Luik en Luxemburg bleek de totale schade, nadat hevige nachtelijke regenval veel rivieren en stroompjes had veranderd in kolkende watermassa’s, uit te komen op ruim 2,3 miljard euro. Veel meer dan het bedrag van 360 miljoen dat private verzekeraars volgens afspraken met de overheid maximaal verplicht zijn uit te keren bij natuurrampen.
Anderhalve meter
Na interventie van de regionale Waalse regering is volgens de Belgische verzekeringskoepel Assuralia inmiddels 96 procent van de verzekeringsclaims afgehandeld. Toch zijn er volgens Valérie Dejardin, burgemeester van de middenin het stroomgebied gelegen gemeente Limbourg, nog steeds mensen wier huis niet volledig is herbouwd.

Limbourg ligt in een idyllisch dal waar het riviertje de Vester doorheen stroomt. Na de watersnoodramp werden er in de gemeente (bijna 6.000 inwoners) maar liefst 1.420 schadeclaims ingediend, met een gezamenlijke verzekerde waarde van 93 miljoen euro. “In onze gemeente is 40 procent van de huishoudens getroffen”, vertelt Valérie op de eerste verdieping van een hooggelegen gerenoveerd pand dat dienstdoet als gemeentekantoor. Op een kaart tekent ze een cirkel om te laten zien hoe ver het water kwam in de nacht van de ramp. “Zelfs in dit gebouw stond meer dan anderhalve meter water. Niemand had ooit gedacht dat de Vester zo ver landinwaarts zou kunnen komen.”
Zelf kreeg Valérie ook anderhalve meter water in haar huis. Sindsdien staat de burgemeester bij haar verzekering geregistreerd als risicoklant. “De branche beweert dan wel dat er aan alle formele verplichtingen voldaan is, maar in de praktijk probeerden ze vaak voor de laagste uitbetaling te gaan. Mensen zijn daarin heel ongelijk behandeld. Een jong stel dat net een huis had gekocht moest tienduizenden euro’s uit eigen zak bijbetalen voor een nieuwe keuken. In andere gevallen wilde de verzekering alleen een kapotte deur of vloer vergoeden.”
Herhuisvesten
In het zwaarst getroffen deel van het dorp is een volledig woonblok weggevaagd. Graafmachines zijn verder land- inwaarts druk bezig met het bouwklaar maken van de grond voor nieuwbouwappartementen die gerealiseerd worden door een groep private investeerders. Om in ieder geval een deel van de bewoners te herhuisvesten, kocht de gemeente enkele van die appartementen op voor de sociale verhuur. Maar de financiële middelen van Limbourg zijn beperkt, zegt Valérie, en banken weigeren op meerdere locaties simpelweg om leningen te verstrekken uit angst voor overstromingsrisico’s. “Ze weten dat daar niet echt een juridische basis voor bestaat, maar doen het toch. Daardoor kunnen mensen die bij een overstromingsgebied wonen geen geld meer lenen als ze hun huis willen herstellen.”
De burgemeester staat nu bij haar verzekering geregistreerd als risicoklant
Tot op de dag van vandaag is een derde van de woningen in Limbourg onbewoonbaar. Op veel gevels rondom het dorpsplein is tot aan de eerste verdieping vochtschade te zien. De kantine van de lokale sporthal is volledig weggeslagen en nooit herbouwd – alleen de witte tegelvloer is nog zichtbaar in de modder. Meerdere huizen in het centrum zijn gebarricadeerd met houten platen of met politielinten afgezet. Tientallen inwoners zijn mede vanwege verzekeringsperikelen voorgoed vertrokken.

“Na de overstromingen zagen we dat op veel locaties alles boven op de basisverzekering opeens heel duur werd”, vertelt Valérie. “Dat leidt tot ongelijkheid en scheve gezichten binnen onze gemeenschap. Mensen die hoger in de heuvels wonen, kunnen zich nog wel tegen een normale prijs verzekeren. Voor mensen in de vallei is nu dat veel moeilijker.”
Verduurzamen?
Omdat klimaatrampen voor verzekeringsmaatschappijen een snel toenemende kostenpost vormen, probeert de branche overheden ervan te overtuigen meer actie te ondernemen om klimaatverandering een halt toe te roepen. “We streven naar voortdurende samenwerking tussen verzekeraars, regeringen en gemeenschappen om verzekeringen betaalbaar te houden”, schrijft een Allianz-woordvoerder. “Om dat te doen moeten we de steeds hogere schadeclaims afzetten tegen risicovermindering, adaptatie en productiviteitswinst. Dat vereist een gezamenlijke krachtsinspanning.” Om die reden wil Allianz ook zelf verduurzamen. In 2030 moet de CO₂-voetafdruk van de eigen investeringsportefeuille met 50 procent verminderen ten opzichte van 2019. Een analyse van het recentste jaarverslag leert echter dat het concern nog een lange weg te gaan heeft: eind 2024 bezat Allianz een duurzaam portfolio ter waarde van 43,5 miljard op een totaal aantal investeringen van 753 miljard.

Allianz is, na de Franse Axa Groep, de grootste verzekeraar van de EU. Juist daarom wringt het dat dit soort verzekeringsmaatschappijen miljarden blijven investeren in de fossiele industrie, zegt Ward Warmerdam van het Amsterdamse onderzoeksbureau Profundo. “Verzekeraars verwachten dat de overheid met wetten en regelgeving komt om klimaatverandering tegen te gaan, maar die regels moeten vooral niet voor henzelf gelden. Zolang verzekeraars met fossiel nog het meeste geld kunnen verdienen, blijven ze daar gewoon in investeren.”
Fossiele beleggingen
Daarin staat Allianz niet alleen. Profundo onderzocht in 2024, in opdracht van onder meer Milieudefensie, de investeringen in fossiele en hernieuwbare energie van 33 financiële instellingen in Nederland. Eind 2023 bleken de onderzochte verzekeraars, banken en pensioenfondsen samen 71,6 miljard euro belegd te hebben in fossiel, tegenover 17,9 miljard in hernieuwbare energiebronnen. Volgens Ward van Profundo ligt dat aan de manier waarop de financiële sector is georganiseerd: “Verzekeraars moeten ervoor zorgen dat er voldoende vermogen is uit te betalen als dat nodig is. Tegelijk is de markt voor duurzame beleggingen nog klein. Er zijn nu eenmaal niet zo veel grote duurzame energiespelers in vergelijking met fossiele.”
De acht grote verzekeraars van wie de financiële data openbaar waren (Achmea, Allianz, ASR, Athora, CZ, Menzis, NN en VGZ), hadden tijdens de laatste peildatum van het onderzoek van Profundo 92 procent van hun energiegerelateerde investeringen belegd in de fossiele sector. De Nederlandse tak van Allianz bleek met 11 procent zelfs het laagste aandeel duurzame investeringen op de balans te hebben staan.
In een reactie laat Allianz weten geen commentaar te leveren op individuele investeringen, maar zijn CO₂-voetafdruk met name te willen verminderen door als grootaandeelhouder binnen bedrijven te pleiten voor verduurzaming. Een analyse van de activistische aandeelhoudersgroep Follow This laat echter zien dat Allianz tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van Shell, BP, TotalEnergies, ExxonMobil en Chevron slechts mondjesmaat meestemde met klimaatresoluties. Voor Ward is dat geen verrassing: “Het probleem voor veel grote verzekeraars is dat de bedrijven waarin ze beleggen vaak ook hun klanten zijn. De verduurzaming die Allianz zegt na te streven, staat dus op gespannen voet met de belangen van hun verzekeringsklanten. Ze zijn toch een beetje bang die te verliezen als ze zich al te activistisch opstellen tijdens aandeelhoudersvergaderingen.”
Verzekeraars in Nederland
Volgens het Verbond van Verzekeraars moest de Nederlandse verzekeringsbranche na de overstromingen van 2021 in de provincies Limburg en Noord-Brabant in totaal meer dan 200 miljoen euro aan schadeclaims uitbetalen. Dat bedrag was twee keer zo hoog als wat de overheid uitkeerde via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. De branchevereniging deelt daarom de zorgen van Allianz over de gevolgen van klimaatverandering. “De schade als gevolg van extreem weer kan per jaar verschillen, maar we zien wel een stijgende trend”, schrijft Geeke Feiter, directeur Schade bij het Verbond, in een reactie op vragen. “Weersomstandigheden worden steeds grilliger: lokale piekbuien kunnen de samenleving bijvoorbeeld flink ontregelen. Op termijn vormt dat een risico voor de verzekerbaarheid en financierbaarheid van specifieke locaties.”
Het platte Nederland is in vergelijking met heuvelachtige gebieden in Duitsland of België minder gevoelig voor over stromingsrisico’s rond rivieren, daarom is schade door extreem weer in Neder land vooralsnog goed verzekerbaar, zegt het Verbond. Maar tussen de 50.000 en 100.000 panden die in buitendijks gebied liggen, zijn vaak niet voldoende verzekerd. “Hypotheekverstrekkers moeten volgens Europese regelgeving beoordelen hoe adequaat een gebouw verzekerd is. Uitsluiting in de buitendijkse gebieden kan ervoor zorgen dat mensen daar moeilijker een hypotheek kunnen krijgen”, schrijft Geeke. “Toch wordt in Nederland wel op zulke locaties gebouwd. De problemen die wij signaleren schuren voor beleidsbepalers met de nijpende woningnood.
Wij willen dat er goed wordt gekeken naar de langere termijn, en dus naar preventie en klimaatadaptatie. Dat vraagt om gerichte lokale maatregelen op plekken waar de risico’s hoger zijn. Zo kan een klimaatadaptieve inrichting van een wijk leiden tot significante schadevermindering bij extreme regenval. Daardoor blijven ook in de toekomst schade en ellende beheersbaar, en panden verzekerbaar.”
Onwil
Die angst blijkt ook regelmatig uit de lobbyposities die de financiële industrie in EU-hoofdstad Brussel inneemt. Zo pleit ten twee invloedrijke lobbyorganisaties er in 2024 voor om de regels voor wat een groene investering genoemd mag worden, uit te breiden met industriële bedrijven die transitieplannen opgesteld hebben. De invloedrijke Duitse brancheclub Gesamt verband der Deutschen Versicherungswirtschaft – waarvan Allianz lid is – lobbyde zelf tegen een wet die de financiële sector aansprakelijk zou stellen voor het naleven van klimaatdoelen of mensenrechtenschendingen in hun investeringsportefeuilles.
Ondanks de ronkende waarschuwingen van topman Günther Thallinger mag de verzekeringssector volgens Ward dan ook meer eigen verantwoordelijkheid nemen om klimaatverandering een halt toe te roepen en de aankomende verzekeringscrisis te stoppen. In de sector gaan miljarden aan premies om en die hoeven niet automatisch naar fossiele bedrijven te vloeien: “Allianz zegt zijn voetafdruk te willen verminderen door binnen die bedrijven het gesprek aan te gaan. Maar wat mij betreft is het onwil als je nu nog steeds miljarden blijft investeren in een bedrijf als Shell. Net zoals een tabaksbedrijf sigaretten blijft maken, blijft een oliebedrijf immers olie oppompen.”
Herverzekeraars
In hun onderzoek ‘Klimaatverandering drijft verzekeringsclaims op’, baseert onderzoeksinstituut SEO zich op data van klimaatwetenschappers en de financiële gegevens van vijf grote wereldwijde herverzekeraars. Herverzekeraars zijn internationaal opererende conglomeraten die de verzekeraars verzekeren: ze zijn cruciaal voor het functioneren van het financiële systeem. “Verzekeringsbedrijven als Allianz spreiden hun risico’s door producten aan te bieden op verschillende markten”, legt Pedro van SEO uit. “Er vindt immers nooit overal tegelijk een ramp plaats. Herverzekeraars doen datzelfde, maar dan op wereldschaal. Als er iets gebeurt in de VS kunnen ze uitbetalingen aan een Amerikaanse klant wegstrepen tegen de premies die ze in Azië ontvangen.”
De grootste herverzekeraars zijn Munich Re, Swiss Re, en Hannover Re. De economen van deze concerns beoordelen of verzekeraars niet te veel polissen verkopen in risicogebieden met bosbranden of overstromingen. Ook zij trekken aan de alarmbel over klimaatverandering. Marktleider Munich Re waarschuwt dat klimaatverandering hele gebieden onverzekerbaar kan maken. Concurrent Swiss Re becijferde dat in 2024, mede door twee zware orkanen en overstromingen in dichtbevolkte gebieden, de totale wereldwijde verzekerde verliezen uitkwamen op 137 miljard dollar.
Die waarschuwingen moeten serieuzer genomen worden, zegt Pedro: “Herverzekeraars gebruiken heel nauwkeurige risicomodellen. Als zo’n bedrijf waarschuwt voor onverzekerbaarheid, is dat een harde voorspelling gebaseerd op financiële data. Als een herverzekeraar zich uit een markt terug trekt, heb je een serieus probleem.”



Recente reacties