
Gerrit brengt wilde planten in kaart, van madeliefje tot zeldzame moerasplant. Die gegevens vormen een belangrijke basis voor natuurbeleid en -bescherming.
“Een groot deel van mijn vrije tijd gaat op aan wilde planten inventariseren en tellen, daarover rapportages maken, excursies en lezingen geven en andere vrijwilligers begeleiden. Dat doe ik voor de afdelingen Deventer van de KNNV en de IVN, maar ook voor FLORON, de landelijke organisatie die het onderzoek naar wilde planten in Nederland coördineert. We verzamelen kennis over planten, die overheden gebruiken voor natuurbeleid, zoals het toekennen van subsidies voor agrarisch natuurbeheer. Sommige soorten zijn beschermd, dus daarvoor heeft de overheid een zorgplicht. Maar dan moeten ze wel weten dat die planten ergens voorkomen. Wij verzamelen gegevens op een wetenschappelijk verantwoorde manier, met gestandaardiseerde protocollen, zodat ze gebruikt kunnen worden voor de statistieken.”
Madeliefje
“Als je er geen energie van krijgt, kun je dit werk niet doen. In het dagelijks leven ben ik onderzoeker ruimtelijke data bij Deltares. Dan is dit een fijne manier om buiten te zijn. Soms kom ik op super mooie plekjes. Het is altijd leuk om nieuwe of bijzondere soorten tegen te komen, maar ik ben geen soortenjager. Ook het madeliefje of liggend vetmuur, om twee zeer algemene planten te noemen, zijn van belang. Ik wil de diversiteit van de plantenwereld laten zien.”
Onkruid?
“Al die verzamelde gegevens dragen bij aan bescherming. Onlangs vonden we bijvoorbeeld kruipend moerasscherm, een beschermde soort. Dan wijzen we het waterschap op de aanwezigheid ervan en zij moeten dan maatregelen treffen om de plant te beschermen. Dat gaat ook weleens mis. Op een kade muur aan de IJssel in Deventer groeide bijvoorbeeld de beschermde muurbloem. Weg met dat onkruid, dachten medewerkers van het groen bedrijf vorig jaar en ze verwijderden delen van de zeldzame plant. Wij voeren dan gesprekken met de gemeente om zoiets voortaan te voorkomen. En in principe is dat niet zo moeilijk: voordat beheerders aan het werk gaan, kunnen ze met één druk op de knop in de Nationale Databank Flora en Fauna zien welke soorten ergens voorkomen. Dankzij ons werk als burgerwetenschappers.”



Recente reacties