
Een beter milieu, waar begin je? Bij de grote vervuilers, natuurlijk. Maar je kunt ook zelf aan de bak! Een groot verschil maak je door je dieet aan te passen. Doe-het-groener Hilde Wijnen gaat je voor en peuzelt een maand lang plantaardige kost.
Ik ben nooit een groot fan geweest van dode dieren op mijn bord, dus de keuze om vleesloos door het leven te gaan was vroeg gemaakt. Veel miste ik niet. Mijn goeie ouwe boterham met ham duurde het langst, maar ook die was ik redelijk snel vergeten. En omdat ik (een hele poos later) ook nog stopte met koeienmelk en inmiddels steeds vaker plantaardig eet, is de stap naar een leven als veganist vast een eitje.
Smeuïge smeersels
Gemakkelijk is het inderdaad. Ik begin bij het begin: de boterham. Een palet aan pindakazen en plantaardige patés, smeuïge smeersels en groentespreads in alle kleuren van de regenboog, er valt genoeg te kiezen. Zoet is niet mijn ding, hoewel ik voor fruit een uitzondering maak. Ik schaf een noodvoorraad hartig beleg aan, ga me te buiten aan jammetjes en begin met goede moed aan mijn missie.
Leuk is anders, moet ik na een week tot mijn schande bekennen. Het lijkt wel alsof ik last heb van afkickverschijnselen. Ik ben mopperig en eet stapels boterhammen, maar de voldoening die ik normaal gesproken na twee of drie sneetjes voel, blijft uit. Ik ben een bodemloze put. Ik wil kaas! En ei! Helemaal hopeloos is het niet. Notenpasta en pindakaas stillen mijn trek, tofu helpt en avocado ook. Maar ja, als je de planeet wil redden is die laatste niet de vriendelijkste keus.
Umami in da house

’s Avonds heb ik minder last. Ik hou van groenten, bonen en linzen en heb vaak genoeg plantaardige potjes gekookt om er niet al te veel over na te hoeven denken. Bovendien ontdek ik edelgistvlokken, een verrassend smakelijk spulletje dat een betere naam verdient. Ik strooi het mysterieuze goedje (gemaakt van melasse en een eencellige schimmel genaamd Saccharomyces cerevisiae) over mijn pasta en ja hoor: umami is back in da house! Heerlijk om weer iets hartigs te proeven dat zo dicht in de buurt komt van kaas.
In de dagen erna probeer ik meer lichtpuntjes te verzamelen. Een meevaller: ik snoep nu minder. Bijna overal zit melk, boter of gelatine in en als ik het niet weet, neem ik liever het zekere voor het onzekere. Ook ben ik blij met mijn eerder opgedane fermentatieskills, zo kan ik meer pit toevoegen aan mijn lunch (pindakaas met zuurkool, mmm!). En ik eet een plantaardige pizza salami die zowaar best lekker is.
Beste vrienden
Ik ga op zoek naar meer vegan verrassingen en die vind ik ook, maar niet al mijn ontdekkingen zijn succesvol. Ik eet iets wat door moet gaan voor komijnekaas en zo goed als onmiddellijk in mijn persoonlijke top drie komt van meest gruwelijke smaken aller tijden. Niet lang daarna proef ik een stukje (van soja gemaakte) mozzarella dat hier zeker mee kan wedijveren. Ugh! Gelukkig kom ik onderweg ook heel wat zaligs tegen: een goddelijke Franse geitenbrie bijvoorbeeld en een frisse, fruitige creamcheese. Beide gemaakt van cashewnoten.

“Weet jij wel hoe cashewnoten groeien?” vraagt mijn biologisch-dynamisch meest onderlegde vriendin verontwaardigd als ik haar vertel over mijn nieuwe beste vrienden voor op de boterham. “Eén nootje groeit er aan zo’n joekel van een vrucht en wij gooien handenvol van die dingen achteloos in onze mond! En dan heb ik het nog niet over waar ze vandaan komen!” Ik zucht. Het zal ook eens niet. Cashewnoten, lees ik even later, reizen duizenden kilometers van de plek waar ze worden geplukt tot waar ze worden gepeld, en daarna nog eens duizenden kilometers voor ze in de winkel liggen.
Meer moed
Toch levert een plakje cashewnotenkaas altijd minder CO2 uitstoot op dan een plakje rosbief en heb je er minder vierkante meters grond voor nodig, leer ik als ik me er een beetje in verdiep. Alleen aan water ben je iets meer kwijt. In de plantaardige business zijn noten en fruit grootverbruikers van water. Maar ook voor de productie van vlees is veel water nodig, dus onder de streep is een geplukte noot hoe dan ook beter dan een gedood dier. Ik ben gerustgesteld en kaan mijn kaasjes verder met een schoon geweten.
Na twee weken voel ik behoefte aan ervaringen van anderen en ik sluit me aan bij de dertigdaagse online Vegan Challenge van de Nederlandse Vereniging van Veganisme. Iedere dag krijg ik achtergrondinfo, tips en recepten in mijn mailbox. Mijn moed wordt er flink door opgepoetst en ik vind het ineens een stuk leuker worden.
Een ei is geen ei

Nog een week verder wordt mijn verlangen naar kaas en ei minder, merk ik. De kaas is redelijk succesvol vervangen, dat helpt. Ei is lastiger, tenminste als je dol bent op gekookte en gebakken exemplaren, zoals ik. Ik vind een recept voor scrambled tofu. Het kan ongetwijfeld beter, maar van dit probeersel word ik niet blij. Een van de ingrediënten is kala namak, oftewel zwart zout. Ik koop het bij de toko. Het spul heeft een zwavelachtige geur en ik vind het eerlijk gezegd ook zo smaken. Ei, dat klopt, maar dan rot. Brr, het resultaat gaat na een paar dappere happen de biobak in.
Als ik mijn experiment na vier weken beëindig, is het eerste wat ik doe een eitje koken. Ik smul ervan, maar heb tot mijn verbazing niet onmiddellijk behoefte aan meer. Ik denk zélfs dat ik uiteindelijk zonder kan.
Doe het lekker zelf, en nu jij!
- Sluit je aan bij een beweging of doe het samen met iemand anders, zodat je geïnspireerd blijft.
- Probeer nieuwe recepten en etenswaren uit (tip: in de biowinkel vind je de betere kazen).
- Als het (een keer) niet lukt: minder is altijd beter!
Kosten:
Je kan zoveel uitgeven als je wilt, maar uit een onderzoek van Questionmark uit 2023 blijkt dat een boodschappenmandje gevuld met plantaardige producten tot ruim 9 euro goedkoper is dan de dierlijke variant.



Recente reacties