
Journalisten horen de macht te controleren. Maar moeten ze ook proberen het lijden in de wereld te verminderen? Voor Fréderike Geerdink is het antwoord duidelijk: ja. In haar manifest Alle journalistiek is activisme roept ze journalisten op positie te kiezen. Journalist Anneke Verbraeken voelt weerstand, en gaat met haar in gesprek.
Verminder het lijden. Macht. Rechtvaardigheid. Soms spreekt Fréderike Geerdink in hoofdletters, soms articuleert ze heel nadrukkelijk. Ze gebruikt grote woorden in haar manifest en grote woorden tijdens de twee gesprekken die we hadden. Na mijn eerste interview met Fréderike zit ik in de trein terug naar huis; ik kijk naar het druilerige landschap: groene weilanden afgewisseld door grote distributiedozen. Het schuurt, ik voel weerstand, maar ik kan niet ontdekken waarom precies.
Pas een paar dagen na het interview begrijp ik waar mijn ongemak vandaan komt. Fréderike’s belangrijkste boodschap is: journalistieke objectiviteit en neutraliteit versterken de heersende macht. Ze vindt het de eerste taak van de journalist om de macht goed te begrijpen, pas dan kun je je ertegen verzetten en de waarheid naar buiten brengen. Ze praat over de journalist als verdediger van mensenrechten en het publiek belang die zelfreflectie en vakreflectie hoog in het vaandel moet hebben staan. De journalist als ‘macht-expert’.
“We gaan te ver richting extreemrechts en dat is gevaarlijk voor iedereen”
Die boodschap wordt overschaduwd door een tweede: wij journalisten moeten het lijden verminderen. Fréderike ziet dat als een logische consequentie van het Wereldwijd handvest (het Wereldwijd handvest voor ethiek in de journalistiek, aangenomen door de International Federation of Journalists IFJ in 2019 – red.), de mensenrechten, het dienen van het publiek belang. Daar ligt mijn weerstand. Het lijden verminderen? Ik heb een open oog voor de kwetsbare mens, voor een wereld in nood, maar het lijden verminderen – die verantwoordelijkheid wil ik helemaal niet. Het lijkt eerder een goddelijke missie dan een journalistieke taak.
Ik besluit geen klassiek interview te schrijven – daarvan zijn er al genoeg verschenen sinds haar boek Alle journalistiek is activisme vorig jaar uitkwam– maar een soort journalistieke reflectie. Dat is ook wat Fréderike van journalisten vraagt. Mijn reflectie valt echter niet in goede aarde, Fréderike vindt dat haar visie niet goed naar voren komt. We besluiten tot een tweede gesprek om de discussie te verdiepen. Wat vermeld moet worden: Fréderike en ik kennen elkaar al een beetje. Dat is natuurlijk van invloed op de gesprekken en het uiteindelijke resultaat.
Het gesprek
Anneke Verbraeken (AV): Waar ik op aansloeg, en dat realiseerde ik me pas later, is jouw boodschap dat we als journalisten het lijden moeten verminderen. Ik wil die verantwoordelijkheid helemaal niet. Ik vind dat ook niet rolzuiver. Als ik iets wil veranderen dan ga ik iets organiseren, meelopen in een demonstratie of geld inzamelen voor mijn Congolese vrienden, dat is direct en duidelijk. Waarom zou ik die verantwoordelijk op me nemen als journalist?
Fréderike Geerdink (FG): Ik gebruik graag het voorbeeld van een gevaarlijk kruispunt en een kind op de fiets. Als je als journalist bericht over dat gevaarlijke kruispunt, dan doe je iets om toekomstig leed te verminderen. Dat is de wereld in het klein. Jij schrijft toch ook vanuit een maatschappelijke urgentie? Waarom schrijf je over Rwanda, over Congo? Dat doe je toch niet om het erger te maken daar. Je hebt toch een maatschappelijk doel?
AV: Ik schrijf wel vanuit maatschappelijke betrokkenheid, maar mijn woorden en mijn ambities zijn kleiner dan die van jou.
Journalistieke principes
AV: Waar ik ook moeite mee heb: jouw stelling dat het wekken van vertrouwen bij gewone burgers en gemarginaliseerde groepen de kern van het vak is. Voor mij is dat niet de kern, maar een onderdeel. Als journalist gebruik je zoveel mogelijk bronnen om een betrouwbaar verhaal te vertellen. Wat mij ook verbaasde: je wil als journalist de macht controleren, maar praat liever niet met politici. Hoe controleer je dan? En waar blijft het journalistieke principe van hoor en wederhoor?
“Je moet luisteren naar de mensen die de macht níét hebben”
FG: Ik doe wel aan hoor en wederhoor, maar het gaat om het perspectief. Ik stap nooit als eerste naar de macht, naar politici. Als je de macht verantwoordelijk wil houden, dan is het verstandig te luisteren naar de mensen die die macht níét hebben. Die weten heel goed hoe de macht in elkaar zit. Dat staat ook in mijn boek. Activisme wordt als iets heel negatiefs gezien in Nederland en journalisten willen daar niet mee geassocieerd worden. Als je in het publiek belang iets wil bewerkstelligen, dan ben je activist. Hoe denk je dat fietspaden en vrouwenkiesrecht er kwamen? Dat kan toch niet negatief zijn. Kijk, fascisme, dat is niet in het publiek belang. Wilders is een racist en een fascist en hij werkt dus niet in het publiek belang. Daarom kan ik zo boos worden op de parlementaire pers, die achter Wilders aanhollende kliek op het Binnenhof.
Alle journalistiek is activisme
In haar manifest beschrijft Fréderike Geerdink hoe belangrijk het is om de macht te belichten vanuit het perspectief van mensen die die macht niet hebben. Haar boodschap: objectiviteit bestaat niet. Media die zogenaamd objectief en neutraal zijn, versterken in feite de macht die ze zouden moeten controleren. Ze grijpt terug op het Wereldwijd Ethisch Handvest voor Journalisten, de opvolger van de Code van Bordeaux. Het handvest benoemt nadrukkelijk de mensenrechten als grondslag voor elke journalist.
Hieruit volgt haar tweede journalistieke boodschap: het lijden verminderen. In haar boek krijgt met name de witte man met zijn koloniale achtergrond ervan langs. Die is niet moedig, durft geen positie te kiezen en wie dat wel doet, wordt de deur gewezen: te activistisch, te betrokken. Volgens Fréderike zijn witte redacties onveilige redacties, die zorgen voor blinde vlekken in berichtgeving en vooringenomen verhalen.
Belangrijk voor haar inzichten waren haar correspondentschap in Turkije en met name haar lange reizen door Koerdistan. Hier leerde ze van Koerdische journalisten dat activisme van groot belang is en zeker geen loopje hoeft te nemen met de waarheid.
Kwaad daglicht
FG: Ik krijg de laatste tijd commentaar van journalisten die zeggen: wij liggen als journalist al zo onder vuur. Jouw boek draagt daaraan bij. Wilders en andere rechtse partijen zijn bezig de publieke omroep in een kwaad daglicht te stellen. In dit verband wijzen die journalisten ook naar Extinction Rebellion, en daar hebben ze een punt. De wereld staat in de fik en XR gaat demonstreren bij de NOS! Terwijl de publieke omroep juist zo belangrijk is en werkt voor het publiek belang. Dat is fucking belangrijk.
AV: Jij zit in het beleidsteam persvrijheid van de NVJ. Jullie maken je sterk voor de publieke omroep. Heb je kritiek op XR omdat ze de NOS te eenzijdig in hun berichtgeving vinden?
FG: Ja. De publieke omroep moet zijn werk goed doen. Dat is heel belangrijk voor het publiek belang. Ik zet me af tegen mensen die de publieke omroep willen afbreken, dus ook tegen XR. Ik schreef mijn manifest uit liefde voor het publiek belang en voor de democratie. Omdat ik de journalistiek scherper wil maken. Want met de macht loopt het compleet uit de hand. We gaan te ver richting extreemrechts en dat is gevaarlijk voor iedereen. We moeten de publieke instituties beschermen, want die beschermen ons allemaal. Dat is een mensenrecht.
Positie kiezen
AV: Wat mij opviel in je manifest is de eurocentrische blik op de journalistiek. Ik werk samen met journalisten uit verschillende Afrikaanse landen en hun praktijk ziet er anders uit. De omgang met de macht is eveneens anders, zeker ook omdat ze vaak hun vak niet in alle vrijheid kunnen uitoefenen. Ze worden vervolgd, soms zelfs vermoord.
FG: Ik ken Afrika niet echt, maar ik ken Koerdistan. Daar heb ik veel geleerd en inderdaad, de dynamiek is heel anders. Zij zijn veel meer activist dan journalist en ik heb zelf ervaren dat de verhalen die zij maakten beslist niet overdreven waren. Dat heeft mijn blik doen kantelen. Tegenover deze activistische journalisten staan de ‘supporters of power’. Die zitten bij president Erdogan in het vliegtuig, die vertellen zijn verhaal. Wat in Koerdistan ontbreekt, is de middengroep. De activistische journalisten hebben in de gaten dat die middenpositie eigenlijk niet bestaat. Je kiest positie.
Privileges
AV: En dat is wat er volgens jou in Nederland aan de hand is. Er is een te groot middenveld dat niet kiest, maar in feite de macht steunt. Jij roemt het Wereldwijd handvest waarin duidelijke regels voor de journalist worden gegeven. Bij nalezing schrok ik daar van, want het gaat wel uit van een witte journalistencultuur. Ik heb het aan Afrikaanse collega’s laten lezen, ze vonden het prachtig maar vertelden tegelijkertijd dat het bij hun zo niet werkt. Machtsverhoudingen zijn anders, er is geldgebrek. Bazen betalen hun journalisten nauwelijks, partnerschappen met lokale autoriteiten zijn vaak normaal.
“Wij journalisten reflecteren niet op wie we zijn en wat we kunnen toevoegen”
Anneke Verbraeken
Anneke Verbraeken is onafhankelijk onderzoeksjournalist en werkt voornamelijk in het Grote Merengebied in Afrika. Vanwege kritiek op de Rwandese president, zijn partij en de autocratische organisatie van de maatschappij mag ze Rwanda niet meer in. Ze werd kort gevangengenomen in Kinshasa door de presidentiële garde na afloop van de presidentsverkiezingen in 2011. In 2015 werd ze aangevallen door de Rwandese inlichtingendienst tijdens een pro-Rwanda-demonstratie in Amsterdam. Ze schreef een boek over de Congolese mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira die werd ontvoerd en gemarteld door rebellen, en de Rwandese politieke oppositieleider Victoire Ingabire die sinds 2010 regelmatig wordt gearresteerd en op dit moment weer in de gevangenis zit.
Om de tegenmacht te versterken in landen waar de macht weinig tegenspraak duldt en lokale journalisten te ondersteunen, geeft Anneke les in Benin, Oeganda en Kenia. Ook nam zij vorig jaar, in samenwerking met Nieuwspoort, het initiatief tot de Coalitie van het Vrije Woord. Dit platform, waar Fréderike Geerdink ook bij betrokken is, wil het vrije woord en de democratie actief bevorderen. Het motto: wat onder Trump II in de VS gebeurt, kan hier ook gebeuren.
AV: In het Handvest staat bijvoorbeeld dat je niet mag betalen voor informatie, maar in een aantal landen verwachten mensen dat wel, omdat ze zo arm zijn als een kerkrat. In sommige landen krijgen journalisten geen vast loon, maar zijn ze afhankelijk van persconferenties van bijvoorbeeld een minister of gouverneur. Als ze die bijwonen krijgen ze een envelopje met 20 dollar en schrijven ze een keurig positief stukje. Maar niemand kijkt ze erop aan als ze de dag erna een heel scherp artikel over diezelfde minister schrijven. Het Handvest is prachtig, als je je die luxe kunt veroorloven – het is een journalistieke spagaat, ingegeven door armoede.

FG: Aan de werkelijkheid van Afrikaanse journalisten doe ik niets af. Dat is hun realiteit. Maar mijn boek gaat over de Nederlandse realiteit die voornamelijk bestaat uit witte journalisten met een koloniale achtergrond. Dat witte denken vindt dat de journalistiek af is. Maar journalistiek is niet af. Nog niet eens half. We zijn goed in het journalistieke handwerk: feiten checken, interviewen, data verzamelen, maar we reflecteren niet op wie we zijn en wat we kunnen toevoegen. Als we dat doen, zouden we zoveel sterker zijn. Iedere journalist overal ter wereld heeft zijn eigen werkelijkheid. Maar ik kan me voorstellen dat in de landen waar jij werkt, veel journalisten zich heel bewust zijn van de macht. Voor mij gaat het erom wat we doen met die hele clusterfuck waarin we leven. Omdat de wereld soms, en ik kan me voorstellen dat het ook geldt voor de lezers van Down to Earth magazine, zo moedeloos kan aanvoelen. De wereld staat in de fik en de regering doet niks. En wij journalisten proberen van alles te doen, maar het helpt niet.
Waarom doen we wat we doen? Als ik een stukje schrijf over Koerden in Iran, dan zijn ze morgen echt niet vrij. Maar stel nou dat we het voor elkaar krijgen dat een oorlog 5 minuten eerder stopt. Dat scheelt mensenlevens. Of omgekeerd: stel je voor dat alle journalisten morgen ophouden hun werk te doen. Dat zou een ramp zijn! Daar haal ik mijn motivatie uit.
Klimaatjournalistiek
Voor de klimaatjournalistiek is dit activisme-debat extra urgent. Wie schrijft over nieuwe olie- en gasvelden, over subsidies voor vervuilende industrie of over falend klimaatbeleid, begeeft zich in een mijnenveld en wordt gedwongen tot ongemakkelijke keuzes. Is terughoudendheid een teken van professionaliteit of een steun in de rug van de vervuiler? Als je positie kiest, krijg je het verwijt dat je activistisch onderdeel bent van de klimaatagenda. Maar als de feiten zelf al politiek geladen zijn, bestaat er dan eigenlijk nog wel een middenweg tussen wegkijken en kleur bekennen?
Ook Down to Earth heeft te maken met dit spanningsveld. Soms zijn journalisten huiverig om voor het blad te schrijven, uit vrees het activisme-stempel opgedrukt te krijgen – en dus beoordeeld te worden als niet-objectief en niet-onafhankelijk. Andere journalisten en fotografen willen daarentegen graag in Down to Earth publiceren, juist vanwege het groene karakter. De redactie bewaakt de journalistieke kwaliteit: verantwoord gebruik van (diverse) bronnen, transparantie in het werkproces, waar nodig ruggespraak met onafhankelijke deskundigen.



Recente reacties