We denken massaal dat anderen minder geven om het klimaat dan wijzelf. En juist die misvatting zit effectief beleid in de weg, stelt omgevingspsycholoog Linda Steg. Terwijl het draagvlak er al lang is.

Dit voorjaar publiceerde de Wetenschappelijke Klimaat raad (WKR) het rapport ‘Aan de slag met gedrag! Duurzaam en adaptatiegedrag gemakkelijk én vanzelfsprekend maken’. Met leefstijlveranderingen kan een enorme klimaatwinst worden behaald, stelt hoogleraar omgevingspsychologie Linda Steg, voorzitter van de commissie die het advies schreef. De crux hierbij: burgers willen wel, maar het wordt hen nu te lastig gemaakt. Hoog tijd voor de overheid om in actie te komen.
Uit onderzoek blijkt dat 78 procent van de burgers voorstander is van klimaatmaatregelen, maar die steun wordt structureel onderschat. Hoe komt dat?
“Omdat mensen al gauw denken dat ánderen klimaatmaatregelen niet steunen. Ik zag dat verschijnsel ook bij mijn promotie onderzoek over autogebruik. Toen ik respondenten vroeg wat ze vonden van maatregelen om autogebruik te laten afnemen, waren zijzelf positiever dan ze dachten dat anderen zouden zijn. Net zoals mensen vaak denken dat zij de betere chauffeur zijn, denken ze al snel: ik geef meer om het milieu dan anderen. Elkaar onderschatten doen niet alleen burgers onderling, ook politici en beleidsmakers denken vaak dat medeburgers het milieu niet zo belangrijk vinden.”
Er is toch ook veel weerstand tegen klimaatbeleid? Denk aan de boeren die afdwongen dat de landbouwtransitie in de ijskast belandde.

“Tegenstanders van klimaatbeleid roeren zich in het publieke debat meer dan voorstanders. Ze krijgen ook veel aandacht – slecht nieuws verkoopt immers beter. De overheid moet op basis daarvan niet zomaar afzien van beleid. Die moet steeds goed nagaan of die weerstand onder de meerderheid in de samenleving leeft of dat we alleen de luidste schreeuwers horen. En kijken of zorgen kunnen worden weggenomen door aanvullend beleid. En de overheid moet pilots doen! Uit onderzoek blijkt dat mensen achteraf veel positiever oordelen over een verandering dan vooraf. Ze denken namelijk eerst vooral in termen van wat te verliezen is, maar zien na invoering van nieuw beleid allerlei voordelen die ze hadden onderschat.
Mooi voorbeeld is de invoering van prijsbeleid in Stockholm, waarbij automobilisten moesten gaan betalen als ze het centrum in wilden. Daar was veel discussie over. Er is toen besloten tot een pilot met daarna een referendum. Vooraf waren velen tegen, maar na 6 maanden stemde de meerderheid voor. Men had ervaren dat het fileprobleem afnam, de milieukwaliteit verbeterde, parkeren makkelijker werd en het goedkoper uitpakte dan verwacht.”
Nederland kan veel klimaatwinst boeken door in te zetten op leefstijlveranderingen bij burgers, zegt de WKR. Dat past wel erg in het neoliberale frame, waarbij bedrijven hun verantwoordelijkheid afschuiven op burgers.
“In ons advies over gedragsverandering gaan we als Klimaatraad juist in tegen de neiging de bal bij consumenten te leggen. Een van onze belangrijkste boodschappen luidt: als je gedrag van individuen wilt veranderen, moet je het systeem veranderen. Zodat mensen kunnen handelen in overeenstemming met wat ze belangrijk vinden, zoals het klimaat. In het huidige systeem is het moeilijk om duurzaam gedrag te vertonen. Overheden moeten actie ondernemen, zodat duurzame keuzes voor consumenten makkelijker, betaalbaarder en vanzelfsprekender worden.”
Gaan mensen niet te makkelijk voor behoeftebevrediging op de korte termijn? Omdat ze een verre reis maken blijkbaar belangrijker vinden dan klimaatverandering?
“Het punt is dat mensen nu voortdurend worden verleid tot niet-duurzame consumptie. Door bijvoorbeeld fossiele reclames, en door fossiele subsidies die klimaatonvriendelijke opties goedkoper maken dan duurzame. Het is aan de overheid dit te veranderen, door eerst duurzame keuzes mogelijk en aantrekkelijk te maken, daarna onduurzaam gedrag onaantrekkelijker, en tot slot perverse prikkels die mensen aanzetten tot klimaatonvriendelijk gedrag weg te halen. Wil je bijvoorbeeld autogebruik verminderen, dan moet je eerst goede alternatieven zoals veilige fiets paden bieden. Daarna kun je autogebruik ontmoedigen, bepaalde gebieden afsluiten voor autoverkeer bijvoorbeeld. En met een verbod op autoreclames zorg je dat mensen niet alsnog verleid worden tot kopen en gebruiken van auto’s.”
Ah, de klassieke ‘carrot-and-stick’-aanpak. Welke gedragspsychologische inzichten zijn nog meer bruikbaar om duurzame keuzes te bevorderen?
“Ook heel effectief: het veranderen van standaardopties. Wanneer je een vegetarische maaltijd als dagschotel aanbiedt, kopen veel meer mensen die dan anders. Of neem het ophalen van dieetwensen. Het is nu gebruikelijk dat je een speciaal hokje moet aankruisen als je vegetarisch wil eten. Als je het omdraait en mensen vraagt zich te melden als ze vlees bij hun lunch willen, vermindert dit de vleesconsumptie. Je zet zo een andere norm en dat werkt.
“De macht van de bedrijvenlobby die geen belang heeft bij klimaatbeleid is groot”
Oog hebben voor rechtvaardigheidsgevoelens is eveneens belangrijk. Onderzoek laat zien dat die, veel meer dan bijvoorbeeld iemands opleidingsniveau, leeftijd of kennis over klimaatverandering, een voorspellende factor zijn voor draagvlak voor beleid. Je moet dus zorgen voor een eerlijke verdeling van kosten en baten, tussen consumenten en bedrijven, en tussen mensen onderling. Ook moet je voorkomen dat kwetsbare groepen slechter af zijn bij milieumaatregelen, terwijl zij vaak het minst bijdragen aan klimaatverandering. Dergelijke onrechtvaardigheid wordt nu vaak aangevoerd als argument tégen klimaatbeleid. Maar het betekent natuurlijk niet dat je géén beleid moet voeren. Je moet rechtvaardiger beleid voeren.”
Sommige mensen zetten stimulering van milieubewust gedrag door de overheid weg als betutteling.
“Dat is een narratief dat sommige bedrijven graag voeden. Maar het bedrijfsleven betuttelt ons ook! Dat weet goed hoe ze consumenten moeten verleiden en beïnvloeden, door bijvoorbeeld advertenties voor verre reizen en flitsende auto’s, of met stuntaanbiedingen voor vlees. Overheden – ook lokale – kunnen die perverse prikkels aanpakken. En maatregelen nemen op het gebied van infrastructuur en voorzieningen die duurzaam gedrag gemakkelijker en vanzelfsprekender maken. Dat is geen betutteling, maar vergroting van keuze vrijheid. Kijk hoe succesvol dat was op het gebied van recycling. Nederlanders vinden het tegenwoordig doodnormaal om papier en glas te scheiden van ander afval. Hieruit blijkt dat mensen duurzaam handelen, in overeenstemming met hun individuele motivatie, als dat wordt gefaciliteerd door de juiste voorzieningen te creëren.”
Zien we in Den Haag momenteel geen groot gebrek aan motivatie en ruggengraat als het gaat om milieu- en klimaatbeleid?
“Daarom beschrijft ons advies niet alleen hóe je duurzaam consumentengedrag faciliteert, maar ook wat nodig is om ervoor te zorgen dat de overheid hierop inzet. Cruciaal is vermindering van de macht van de bedrijvenlobby die geen belang heeft bij klimaatbeleid. Die heeft nu heel veel invloed op het debat en de politieke besluitvorming. De stem van burgers moet beter gehoord en meegewogen worden. Bijvoorbeeld met een Nationaal Burgerberaad Klimaat, zoals vorig jaar werd georganiseerd. Of door het aan tafel uitnodigen van organisaties die de stem van burgers vertegenwoordigen. Zoals Milieudefensie.”
Commentaar
Anke Bergmans
Oprichter duurzaam marktonderzoeksbureau Mountainview Research
“Bedrijven besteden miljarden aan het beïnvloeden van gedrag. Daar worden de slimste marketeers, psychologen en gedragswetenschappers voor ingezet. Waarom zou de overheid die kennis niet gebruiken om duurzaam gedrag aantrekkelijker te maken? Marketeers begrijpen heel goed dat mensen vaak geen rationele keuzes maken en zijn heel goed in mensen verleiden tot het kopen van dingen waarvan ze nog niet wisten dat ze ze wilden hebben. Ons snelle, intuïtieve brein neemt veel beslissingen op de automatische piloot, terwijl het rationele brein energie kost. Klimaatverandering is een complex en abstract probleem, dus veel mensen schuiven dat onbewust naar de achtergrond. Maak daarom de duurzame keuze ook de makkelijkste keuze.
“Onze neiging tot kopieergedrag kun je benutten”
Ook onze neiging tot kopieergedrag kun je benutten. Dat zie je bij zonnepanelen of geveltuintjes. Zodra mensen zien dat anderen iets doen, volgt de rest vanzelf. De meeste mensen zijn bovendien huiverig voor verandering. Grote verhalen over een compleet andere samenleving spreken vooral een kleine groep pioniers aan. Om een grote groep mensen in beweging te krijgen is het veel effectiever om kleine, haalbare stappen normaal te maken. Overigens vind ik niet dat mensen eerst intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. De meeste mensen vragen zich af: What’s in it for me? Gezondheid, comfort of geld besparen zijn vaak sterkere motivaties dan duurzaamheid. Als iemand een elektrische auto koopt omdat benzine duur is of zijn eigen beker meeneemt voor korting op koffie, heeft dat uiteindelijk hetzelfde effect.”
Reint Jan Renes
Lector psychologie voor een duurzame stad aan de HvA, mede-auteur van Alleen als jij het ook doet.
“Ik ben het in grote lijnen eens met Linda Steg: er zijn allerlei barrières in de samenleving die duurzaam gedrag moeilijk maken. Maar wat we niet moeten onderschatten, is dat draagvlak niet automatisch hetzelfde is als gedragsverandering. Dus die 78 procent zegt niet zoveel. Mensen zeggen vaak: de overheid moet iets doen aan klimaatverandering. Maar zodra het concreet wordt – minder vlees eten, rekeningrijden, een windmolen in de buurt – ontstaat er weerstand. Dan raakt het aan comfort, gewoontes, status of dingen waarvan mensen het gevoel hebben dat ze daar recht op hebben.
“Draagvlak is niet hetzelfde als gedragsverandering”
Dat komt ook doordat we onszelf steeds meer zijn gaan zien als consument in plaats van als burger. Dat is een frame van het bedrijfsleven dat de politiek heeft overgenomen, terwijl de politiek er juist is voor het collectief. De overheid mag mensen meer aanspreken op: wat vinden we belangrijk voor elkaar en voor toekomstige generaties? Dat is niet per se het zoveelste kledingstuk voor de laagste prijs. Een tweede reden waarom een groot draagvlak nier per se leidt tot duurzamer gedrag is dat mensen pas in beweging komen als ze zien dat anderen ook wat doen: andere burgers, maar ook de overheid en bedrijven. Daarbij spelen rechtvaardigheidsgevoelens een rol. Uit een recent SCP-rapport blijkt dat de meerderheid van de Nederlanders vindt dat de kosten van de klimaataanpak oneerlijk verdeeld zijn tussen burgers en bedrijven (82 procent) en tussen arme en rijke burgers (78 procent). Het principe ‘alleen als jij het ook doet’ zit dus heel diep in ons. Wat mensen daarin weleens vergeten is dat zij óók ‘de ander’ zijn: ze kunnen zelf ook anderen beïnvloeden met hun gedrag.”
Marijn de Bruin
Hoofd Beleid, Onderzoek en Ontwikkeling bij Milieudefensie
“Op heel veel terreinen is de overheid geneigd om de verantwoordelijkheid bij de individuele burger te leggen. Dat geldt voor duurzame keuzes, social media gebruik, (on)gezonde voeding of vapes en tabak: allemaal dossiers waarbij de keuzevrijheid en verantwoordelijkheid – volgens de politiek, niet volgens de wetenschap – bij de burger ligt. Maar als je gaat analyseren waarom mensen die keuzes maken, kom je al snel terecht bij systeeminvloeden. En bedrijven spelen daar een heel grote rol in.
Linda komt met haar psychologische benadering op dezelfde essentiële punten uit als waar Milieudefensie op inzet. Je zou haar analyse zo als een ondersteunend document bij ons jaarplan kunnen voegen. Uit al het wetenschappelijke bewijs volgt heel logisch dat de overheid een grotere broek aan moet trekken. En ze maakt nóg een belangrijk punt: dat iedereen moet kunnen meeprofiteren van de transitie. Milieudefensie probeert niet alleen grote vervuilende bedrijven Paris Proof te krijgen. Maar tegelijk concrete oplossingen aan te bieden voor een rechtvaardige transitie, zoals een plan voor sociale lease van warmtepompen.
“We moeten af van de illusie van vrije keuze”
We moeten af van de illusie van vrije keuze in een situatie waar bedrijven ons bestoken met allemaal niet-duurzame opties. We zitten gevangen in een vicieuze cirkel: individueel gedrag moet veranderen, dat gedrag wordt veroorzaakt door machtige systeem spelers, waar de overheid niet op wil ingrijpen omdat zij de keuze het liefst bij het individu laat. Dan is de cirkel rond. Daar komt nog bij dat mensen zich er heel bewust van zijn hoeveel grote bedrijven vervuilen, en dat die bij lange na niet genoeg doen om daar verandering in te brengen. Dat gegeven werkt voor heel veel mensen in Nederland heel verlammend. Als Tata en Shell zo door kunnen gaan, wat maakt dat kleine beetje van mij dan uit?”



Recente reacties