• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst

Down To Earth Magazine

Milieu | Mensen | Meningen

Logo Down To Earth

Zoek op de site

  • Home
  • Onderwerpen
    • Uitgelicht
    • Energie
    • Landbouw & voedsel
    • Mobiliteit
    • Bossen
    • Economie
    • Mensenrechten
  • Rubrieken
    • Interview
    • De Activist
    • Opinie
    • Boeken en films
    • Consument
    • Recept
    • Columns
  • Magazines
  • Nieuwsbrief
  • Over ons
Home > Interview > Uitgesproken > “Je moet ook technologie bedenken waar niemand om vraagt”

“Je moet ook technologie bedenken waar niemand om vraagt”

Katja Keuchenius | 18 augustus 2026 |

Flickr/Sheila Sund BY CC 2.0 “The Aspens”

Tim van Deursen bedenkt bij Hack the Planet technologische oplossingen voor allerlei problemen. Van sensors en slimme camera’s tegen stroperij en bosbranden tot conflictbemiddeling in Oeganda.

Technologische verbeteringen kunnen op de tekentafel beginnen, vertelt Tim van Deursen. Soms leidt dat tot waardevolle innovatie. Maar voor de praktische toepassing moet je snel het veld in. “Wij werken bijvoorbeeld in Gabon, Zimbabwe, Namibië en Oeganda. Dat zijn zulke verschillende landen. Dan kun je niet zomaar zeggen: ‘technologie, los dit probleem even op.’ In de afgelopen tien jaar heb ik geleerd dat het heel belangrijk is om de context goed te snappen.”

Hoe deed je dat dan tien jaar geleden?

“Een van mijn eerste projecten was een prototype van een telefoonsensor. Ik ging ermee naar een nationaal park in Zambia en dacht daar stroperij te kunnen oplossen met detectie van telefoons. Toen drukte een van de hoofd-rangers mij een wapen in de hand. Het was in elkaar geknutseld van oude buizen en blikjes, maar je kon er wel een kogel mee afvuren. Levensgevaarlijk. Toen viel bij mij het kwartje: dit is geen technisch probleem. Het is een probleem van armoede en dat is vele male groter.”

Heb je je vaak een domme westerse weldoener gevoeld?

“Eerlijk gezegd niet. Ik ben niet iemand die zichzelf achteraf voor z’n kop slaat. Tien jaar geleden was ik nog een jonge hond met veel passie en een ontzettende naïviteit. Maar het is niet dat ik anderen hiervoor wil behoeden. Naïviteit opent deuren, realisme houdt ze vaak gesloten.

Portret van Tim van Deursen. Tim is een witte man met kort grijs haar wat opzij gekamd zit. Hij draagt een effen wit t-shirt en lacht de camera in.

Nog steeds blijken dingen altijd ingewikkelder dan je vanuit jouw veilige kantoortje in Nederland kunt bedenken. Daarom werken we nu vanaf dag één samen met mensen in het veld. Dat is altijd een samenspel. Regelmatig leer ik meer van hen dan zij van mij.”

Worden jullie technische oplossingen vooral gedreven door vraag of door aanbod?

“Momenteel werken we vooral vraag-gedreven. Lokale partijen komen naar ons toe omdat ze een project van ons hebben gezien en willen weten of dat ook kan in hun gebied. Maar in het verleden deden we meer aan innovatie. Dat zou ik eigenlijk weer meer willen doen.

Dan bedoel ik niet zomaar producten ontwikkelen en die de wereld induwen. Dat moet je niet willen. Ik wil vooral kijken hoe we technologie op nieuwe manieren kunnen gebruiken voor bepaalde uitdagingen. Dat is superkrachtig! Zonder innovatie heb je geen vooruitgang.

“Dingen blijken altijd ingewikkelder dan je vanuit jouw veilige kantoortje in Nederland kunt bedenken”

Zo bedachten wij die telefoonsensors, waarvan er nu 200 in het veld hangen en waarmee lokale autoriteiten onlangs een compleet stroperijnetwerk tot in Azië oprolden. Het gaat dan overigens om ivoor dat in het criminele circuit verdwijnt en niet om lokale jagers die klein wild of vis vangen. We ontwierpen ook slimme AI-camera’s. Bij bestaande wildcamera’s van natuurorganisaties moesten mensen steeds zelf geheugenkaartjes gaan ophalen. Dat kost ontzettend veel tijd en zo zie je pas maanden later dat ergens een neushoorn of stroper loopt. Wij maakten een prototype AI-camera die berichtjes kan sturen en klopten daarmee aan bij WWF. Je moet niet wachten tot iemand erom vraagt. Dan is het al te laat. Het kostte vier jaar om die camera te ontwikkelen.”

Jullie zorgden met Virtual Reality ook voor een verzoenende ontmoeting tussen twee rivaliserende volken in Oeganda. Waar komt dát idee nou weer vandaan?

“Dat was een hersenspinsel van mij. Van kleins af aan heb ik me verwonderd over oorlog en conflict. Ik vind het nog steeds een vreemd concept dat mensen elkaar doodschieten op een slagveld. Dat zijn toch ook vaders van kinderen? Op mijn veertiende zag ik foto’s van het Kerstbestand in 1914. Toen de leidinggevenden op Kerstavond met vakantie gingen, viel het hele front stil. De Duitsers en de Engelsen kwamen uit de loopgraven en gingen gezellig met elkaar voetballen. Daarna ging de oorlog weer door. Dit verhaal kwam bij me boven toen ik een wetenschapper uit Leiden sprak over haar onderzoek naar het creëren van empathie met Virtual Reality. VR kan je brein echt foppen. Heb je dat weleens gedaan?”

Foto van iemand met een VR bril op die door een bos loopt.

Nou, één keer. Verder wacht ik af tot ze iets leukers bedenken dan zombies of aliens neerschieten.

“Ja precies! Dat is ook de verbazing die ik heb. Toen ik hoorde over empathie en VR sloeg bij mij de bliksem in: holy shit, kunnen we dat niet inzetten in conflictbemiddeling? Ik ben erover gaan praten met mensen en sprak op een gegeven moment iemand met een ngo die veel werk deed in Oeganda. Zij vertelden over een langslepend conflict waar al veel was gedaan aan bemiddeling. Lang verhaal kort: er is contact gezocht met de leiders van die twee groepen en zij stonden ervoor open om hun rivaal middels VR te ontmoeten. Dat deden we samen met documentairemakers, te zien in Meet the Soldier. Sindsdien vallen de twee groepen elkaar niet meer aan. Het was dus een onwijs succes. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Het is het meest gestoorde project dat ik ooit heb meegemaakt.”

Wie betaalt jullie technologie?

“Te weinig mensen. In het verleden werden we betaald door het internetbedrijf Q42 waar ik werkte. Het was bizar vet dat dat überhaupt kon. Naast geld van Q42 vonden we kleine potjes, van bijvoorbeeld het WWF. Inmiddels zijn we een stichting en moeten we meer potjes vinden om onze eigen broek op te houden.”

Heb je geen winst nodig om te kunnen blijven voortbestaan?

“We hebben expres die ANBI-status omdat we niet de commerciële route willen bewandelen. Als je winst wil maken, moet je kijken hoe je met een idee of product geld kan verdienen. Dan ga je andere keuzes maken.”

Van wie zijn eigenlijk de data die jullie verzamelen?

“Als we met universiteiten samenwerken zijn de onderzoekers vaak eigenaar van de data. Nationale parken hebben ook eigen data.”

Maar we komen er dus niet over tien jaar achter dat alle geregistreerde beelden op jullie camera’s en sensors zijn verkocht aan Google?

“Nee. Volgens mij zit er in de data van deze camera’s ook weinig waarde voor bedrijven. Het is bij elk project anders, maar negen van de tien keer zijn wij niet de eigenaar. Om een AI-model te trainen krijgen wij wel vaak duizenden foto’s van een nationaal park, met daarbij de afspraak dat we er niets anders mee mogen doen. Doorverkopen voor winst is dus niet aan de orde, maar dat was door de ANBI-status sowieso al niet mogelijk.”

De omslag van het boek Hack the Planet. Onder de titel staat een man naar de camera toe gedraaid in een survival outfit. Op de achtergrond zien we een bos.

In Hack The Planet vertelt Tim hoe naïviteit, mislukkingen en ontmoetingen zijn kijk op technologie, natuur en verantwoordelijkheid veranderden. Het boek verschijnt op 24 september.


Commentaar

Daniëlle van Oijen

Bossenonderzoeker en activist

“Mooi dat Hack the Planet zich inzet voor natuur. Het gebruik van nieuwe technologie is de afgelopen 10 jaar ook toegenomen bij organisaties als Friends of the Earth, waar Milieudefensie deel van uitmaakt. Zo werken mensen uit ontbossingsgebieden in Kameroen, Ghana en Liberia met apps om de schendingen van grote bedrijven vast te leggen. Ook de bosbranden in Indonesië worden heel precies met satellietdata opgespoord. Brandt het op een plantage, dan kan het betreffende bedrijf een boete krijgen. En illegale houtkap in Roemenië wordt op gespoord met AI-gestuurde akoestische sensoren.

“Meer data leidt niet automatisch tot actie van overheden”

Maar technologie heeft ook nadelen. De grondstoffen voor de apparatuur dragen bij aan ontbossing en mensenrechten schendingen. Data kunnen in handen vallen van mensen die er kwaad mee willen, vooral in situaties waar bos beschermers al bedreigd worden. En dan is er nog het energie- en waterverbruik van AI. Bovendien zijn de kosten soms te hoog voor grassrootsorganisaties of activisten. Als de apparatuur niet onderhouden kan worden, kan het project niet effectief zijn.

Daarnaast leiden meer informatie en data niet automatisch tot actie van overheden of bedrijven. Voor echte oplossingen moeten de oorzaken van ontbossing of natuurverlies aangepakt worden. Dat betekent verzet en organisatie door maatschappelijke organisaties. Zo krijgen dorpen in Liberia van het ‘Payments for Stewardship’-initiatief 1,5 dollar per hectare voor bosbescherming, een soort basisinkomen. En internationaal voert Friends of the Earth campagne voor bindende regels in de financiële sector om ontbossingsfinanciering te stoppen. Dat is het echte werk: het verschuiven van macht van bedrijven naar rechten voor mensen en natuur. Als technologie daarmee kan helpen, geweldig! Maar dan wel met een goede afweging van vervuiling, kosten en impact.”

Stella Tchoukep

Forest Campaigner Greenpeace Africa in Kameroen

“Bij Greenpeace Africa gebruiken we satellietmonitoring, AI, geografische informatiesystemen (GIS) en gegevens uit het veld om ontbossing, milieumisdrijven en veranderd landgebruik in kaart te brengen. Die technologieën leveren ons onafhankelijk bewijs waarmee we overheden en bedrijven ter verantwoording kunnen roepen.

Het blijkt dat in Zuid-Kameroen concessies voor houtkap, mijnbouw, agro-industrie en beschermde gebieden elkaar overlappen. Op die manier maken we zichtbaar dat bij de toewijzing van land geen rekening wordt gehouden met de biodiversiteit en traditionele rechten van lokale gemeenschappen. Zo vormt het Camvert-palmolieproject, dat bijna 60 duizend hectare beslaat, een bedreiging voor het Campo Ma’an Nationaal Park en 28 naburige gemeenschappen.

“Data kunnen onrecht zichtbaar maken”

De grootste meerwaarde van technologie ligt niet in het verzamelen van meer data, maar in het versterken van de mensen die zich nu al inzetten voor de natuur. Lokale gemeenschappen gebruiken participative mapping en leggen met smartphones en gps vast welk land zij al generaties lang beheren. Zo verzamelen ze bewijs om hun landrechten te verdedigen. Helaas zijn overheden en bedrijven niet verplicht deze plattegronden te erkennen, waardoor gemeenschappen – ondanks het geleverde bewijs – toch kwetsbaar blijven.

Technologie kan onrecht zichtbaar maken, maar geen rechtvaardigheid bewerkstelligen. Daarvoor is politieke wil nodig. Daarom pleiten wij voor een moratorium op nieuwe houtkap-, mijnbouw- en landbouwconcessies, totdat de landrechten van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen wettelijk zijn erkend en beschermd.”

Bram Büscher

Hoogleraar Sociology of Development and Change (WUR)

“Ik waardeer dat Hack the Planet zich bewust is van de beperkingen van technologie. Ze erkennen dat armoede en lokale omstandigheden minstens zo belangrijk zijn en werken samen met lokale partners. Dat is een stuk realistischer dan veel andere technologieprojecten.

Toch blijft technologie in Tims verhaal de hoofdrol spelen. En daar wringt het voor mij. De grootste oorzaken van biodiversiteitsverlies liggen niet in een gebrek aan data of innovatie, maar in politieke, economische en sociale machtsverhoudingen. Zolang we die niet aanpakken, blijft technologie symptoombestrijding. AI-camera’s, drones en satellieten kunnen nuttig zijn, maar hebben ook een keerzijde: datacenters gebruiken enorme hoeveelheden energie en water, en de benodigde grondstoffen leiden elders tot milieuschade. Die kosten blijven in technologische verhalen vaak buiten beeld.

“Technologie is een hulpmiddel, geen oplossing”

Ik heb ook moeite met de uitspraak ‘zonder innovatie geen vooruitgang’. De afgelopen honderd jaar hebben enorme technologische innovatie gebracht, terwijl klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling alleen maar zijn toegenomen. Technologie op zichzelf is dus geen garantie voor een betere wereld. Ik geef de voorkeur aan Convivial Conservation, een benadering die ik mede heb ontwikkeld. Daarbij vertrek je vanuit twee uitgangspunten: natuurbescherming waarbij mens en dier samenleven, en een postkapitalistische democratische benadering. De echte uitdaging is dus hoe mensen en wilde dieren weer duurzaam ruimte kunnen delen. Dat vraagt om ander landgebruik, meer ruimte voor natuur én om lokale kennis van gemeenschappen die al generaties lang met wildlife samenleven. Technologie kan daarbij helpen. Maar alleen als zij onderdeel is van een veel bredere maatschappelijke verandering.”

Kom op de mailinglijst

Schrijf je in voor de D2E nieuwsbrief

Categorie: Uitgesproken Tags: Hack the Planet, Tim van Deursen, Daniëlle van Oijen, Stella Tchoukep, Bram Büscher, technologie, AI, Virtual Reality Verschenen in: Down to Earth 96

Katja Keuchenius

Katja Keuchenius

  • Website van Katja Keucheniuskatjakeuchenius.nl
  • Alle artikelen van Katja Keuchenius op Down To Earth Magazine

Gerelateerde berichten

Schot

Schot: circulaire economie

Strip van Schot: hoe draagt AI bij aan de circulaire economie?
Landbouw & voedsel, Uitgesproken

“Met AI kan Afrika de graanschuur van de wereld worden”

Artificiële intelligentie kan boeren helpen om beter om te gaan met klimaatverandering, zegt datawetenschapper Racine Ly.
Uitgesproken

“Door babyficatie wordt dieren hun autonomie afgenomen”

Dieren die wij schattig vinden, vertroetelen we als baby's, ook als het slecht voor ze is. Een gevaarlijke trend, zegt dierethicus Taylor Waters.
Uitgesproken

Waarom we de natuur soms gewoon met rust moeten laten

Bij rewilding trekken beheerders zich terug, zodat de natuur zichzelf kan herstellen. De methode is razend populair, maar of het werkt is wetenschappelijk nauwelijks bewezen. Daar moet verandering in komen, vindt Liesbeth Bakker.

Footer

Ontvang ons magazine

Recente reacties

  • Rob Dikkers op Op Achterhoekse akkers keert de natuur terug
  • Marijke Kortekaas op Inheemse toppers voor in de tuin
  • Alexa op Fluweelzachte muren zonder latex
  • Loek Beukman op Protesteren met een smiley
  • Ingrid Staal op Gek van insecten: Paul Beuk
  • Ronaldo op “De tijd van het ecopopulisme is aangebroken”
  • Loek Beukman op “Het probleem ligt bij de machine”

Lees ons papieren magazine

Lees Down to Earth 96

Contact

Redactieadres:
Willem Fenengastraat 19-23
1096 BL Amsterdam
Tel: 020-5507433
redactie@downtoearthmagazine.nl

Over ons

  • Over ons
  • Word abonnee
  • Disclaimer
  • Privacy en cookies

Volg ons