
Warmtenetten, warmtepompen en isolatie zijn de bouwstenen van de aardgasvrije wijk. Daarnaast moeten gemeenten bewoners meekrijgen in de overstap naar duurzame warmte. Dat laatste blijkt lastiger dan de techniek zelf.
Naast een bushalte in de Zaanse nieuwbouwwijk Willis verzamelt zich een handjevol mensen rondom een picknickkleed. Daarop liggen stapeltjes prikstokken, vuilniszakken en groene hesjes. Mensen groeten elkaar met vrolijke hallo’s.
Het is een van de elf buurtteams van Zaanstad, opgericht onder begeleiding van Buurkracht. De stichting wordt gesubsidieerd in het kader van de energietransitie, waar de warmtetransitie deel van uitmaakt. Afval prikken heeft natuurlijk weinig te maken met energie of warmte, maar Buurkracht begint graag met onderwerpen waar bewoners warm voor lopen of zelf al mee bezig zijn. Dat kan gaan om het plaatsen van een AED, of dus afval prikken. Zo haken in Willis steeds meer mensen aan bij de buurtteams en ontstaan er ook ideeën om auto’s te delen en de mogelijkheden van warmtepompen te verkennen. Vijf van de buurtteams hebben deze winter warmtewandelingen georganiseerd, met camera’s die laten zien waar gevels warmte verliezen.
Wet collectieve warmte
Die omweg lijkt geen overbodige luxe. Nederland van het gas afkrijgen is duur en technisch ingewikkeld, maar vormt vooral een sociale opgave. “De transitie grijpt in tot achter de voordeur”, waarschuwde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2022 in een brief aan het parlement, waar toenmalig minister Rob Jetten bezig was aan de nieuwe Warmtewet. “Het bedrijfsleven kan dit niet op zich nemen. Dit vraagt om publieke realisatiekracht van de gemeenten met steun van de overige overheden.”
“Mensen die het minder nodig hebben, weten subsidiekanalen het beste te vinden”
Rob Jetten gaf de VNG gelijk. De Wet collectieve warmte, begin 2026 door de Eerste Kamer aangenomen, geeft gemeenten een grote rol. Zij bepalen welke wijken een warmtenet (zie kader) krijgen. Dat is in ongeveer 30 procent van de wijken maatschappelijk het voordeligst, vooral in wijken met relatief kleine en dicht op elkaar gepakte woningen. In buurten met grotere en vrijstaande woningen zijn warmtepompen vaak rendabeler. De wet schrijft ook voor dat de bedrijven achter de warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten komen, bijvoorbeeld van gemeenten. Zo krijgen overheden meer grip op deze vitale infrastructuur.
Moeilijk contact
Maar voor gemeenten is het lastig om iedereen mee te krijgen, merkt Zaanstad. Cruciaal onderdeel van de warmtetransitie is het isoleren van oudere woningen. Het lukt de gemeente nog wel om bewoners te helpen met kleine maatregelen, zoals tochtstrips, radiatorfolie of het vervangen van witgoedapparaten. Maar het wordt lastiger bij grote en dure maatregelen, zoals dakisolatie of glasvervanging. Zaanse huishoudens kunnen tot 1500 euro subsidie krijgen, oplopend tot 4.000 voor lage inkomens. “Maar juist hen bereiken we moeilijk”, zegt Frank Jan Borst, duurzaamheidsadviseur bij de gemeente Zaanstad. “Zij hebben wel wat anders aan hun hoofd. Het is een bekend verhaal: mensen die het minder nodig hebben, weten vaak het beste de subsidiekanalen te vinden.”
Huisbezoeken
Soms helpt de gemeente heel direct, bijvoorbeeld in gemengde woningblokken waar woningcorporaties hun woningen isoleren en particuliere eigenaren dreigen achter te blijven. Een collega van Frank Jan gaat bij hen langs om verbouwingsopties te bespreken en te helpen bij subsidieaanvragen bij drie verschillende fondsen. Frank Jan: “Dat is een flinke hobbel voor mensen, die we kunnen verlagen door hen bijna letterlijk bij de hand te nemen.”
Een warmtenet aanleggen is nog veel ingewikkelder. Het is een hele puzzel, technisch en financieel, om de juiste warmtebronnen, temperaturen, isolatiewaarden en zogenaamde ‘afgiftesystemen’, zoals radiatoren of vloerverwarming, op elkaar af te stemmen. Die puzzel proberen gemeenten, woningcorporaties en warmtebedrijven vaak samen te leggen. En daar horen de bewoners ook nog bij. Particuliere eigenaren moeten hun eigen huis isoleren en voorbereiden op een aardgasvrije toekomst. Woningcorporaties moeten voor aansluiting op een warmtenet toestemming krijgen van tenminste 70 procent van de bewoners.
Acceptabele prijs
Dat laatste is niet makkelijk, ontdekte Niek Habraken van woningcorporatie Kleurrijk Wonen in het rivierengebied. Verschillende partijen hadden in 2019 samen de puzzel voor een warmtenet gelegd, om een Culemborgse wijk van het aardgas af te halen. De betrokken lokale energiecoöperatie presenteerde het plan met volgens Niek “een fantastisch verhaal”, maar dat ging vooral over techniek. “Halverwege stond er een dame op die vroeg hoe ze dat allemaal ging betalen. Zij was een alleenstaande moeder, een andere dame ook. Toen het antwoord luidde dat ze daar nog over gingen nadenken, liepen die dames kwaad weg. En met hen de halve zaal.”
“Het gaat niet alleen om de kosten, maar ook om een goed gevoel bij de kosten”
Veel bewoners zien een overstap op aardgasvrije warmte niet zomaar zitten. Zelfs niet als die op termijn goedkoper is. Uit een enquête in 2025 onder ruim 14,5 duizend inwoners (in opdracht van zeventien gemeenten en staatsbedrijf Energie Beheer Nederland) blijkt dat de beleving van de prijs van warmte afhangt van veel factoren, bijvoorbeeld van wat bewoners gewend zijn te betalen, maar ook van hoeveel winst bedrijven maken en hoe transparant zij daarover zijn.
Een warmteplan kun je dus het beste maken mét bewoners, zegt Niek, inmiddels met pensioen bij Kleurrijk Wonen. De woningcorporatie werkt nog hard door aan nieuwe warmtenetten en doet dat nu zo vroeg mogelijk samen met bewoners. “Daarbij is vertrouwen belangrijk”, zegt Niek. “Je moet transparant zijn. Marktpartijen hebben bijvoorbeeld rendement nodig. Daar moet je over kunnen praten. Hoeveel dan? Wat is redelijk? Het gaat niet alleen om de kosten, maar ook om een goed gevoel bij de kosten.”
Samen rekenen
Het eerste dat Kleurrijk Wonen nu afspreekt, is de prijs die warmtebedrijven bij bewoners in rekening kunnen brengen voor geleverde warmte. Daarna gaan ze samen berekenen hoeveel er eenmalig moet worden betaald voor een aansluiting op het warmtenet. Dat is afhankelijk van allerlei keuzes, zoals de isolatie van de buizen en de temperatuur van het warme water. Niek Habraken: “Je kunt samen aan die knoppen draaien en verschillende scenario’s uitrekenen. Zo ontstaat draagvlak.”
Kleurrijk Wonen gebruikt een standaardmodel dat is opgesteld door de VNG en Aedes, de vereniging van woningcorporaties. Zo sturen deze koepelorganisaties aan op transparantie en samenspraak. De nieuwe Wet Collectieve Warmte helpt daar ook aan mee, doordat warmteprijzen voortaan gekoppeld worden aan werkelijke kosten in plaats van aan de gasprijs. Niek Habraken: “Toen de prijzen van gas begin 2022 omhooggingen, stegen ook de kosten voor alle warmtenetten. Zelfs als zij hun warmte uit de bodem haalden, waar je geen aardgas voor nodig hebt. Als je het hebt over vertrouwen…”
Blijven communiceren
Ook als de stap naar aardgasvrije warmte al is gezet, blijft communicatie met bewoners cruciaal, merkte Rob Vermeulen. Hij woont in het Gelderse Horsen, in een hoekwoning van woningcorporatie De Kernen. Sinds 2023 staat er bij Rob een warmtepomp met een terugwininstallatie op zolder. Daar is hij nu blij mee, want het scheelt hem veel maandlasten. Maar er ging wel wat aan vooraf. Rob en zijn buren mochten een kijkje nemen in een huis dat al was voorzien van gasloze warmte-apparatuur. Daarop stemde zo’n 70 procent van de huurders in met het aardgasvrij maken van hun woning.
“Stuur niet alleen een brief. Ga liever bij mensen langs”
Maar daarna bleef het voor hen lang onduidelijk wat er precies ging gebeuren en wanneer. Rob: “Dan krijg je een brief en staan ze van de een of de andere dag ineens met een warmtepomp op de stoep.” Robs nog geen jaar oude cv-ketel moest weg en de installatie van de nieuwe warmteapparatuur verliep ook niet soepel, omdat installateurs en leveranciers niet goed samenwerkten. Bij zijn buren bleven radiatoren koud of werden juist loeiheet, en in zijn eigen nieuwe installatie moesten al snel onderdelen worden vervangen. “Dat was niet nodig geweest.”
Inmiddels helpt hij als lid van de bewonersraad zijn buren aan de juiste contactpersonen. Met de vergrijzing op komst maakt hij zich in de warmtetransitie vooral zorgen over oudere huurders. “Zij willen weten waar ze aan toe zijn, dus de communicatie moet heel duidelijk zijn. Stuur niet alleen een brief. Ga liever even bij mensen langs of wijs een duidelijk contactpersoon aan.”
Energietransitie als kans
Dat iederéén mee moet in de warmtetransitie, zag de gemeente Rotterdam in 2020 juist als kans. In de wijk Bospolder-Tussendijken werd een warmtenet aangelegd, met restwarmte van afval- en energiecentrale AVR. De toestemming was al geregeld, maar er viel nog meer te doen. Van enkele flats was bekend dat er van alles speelde achter de voordeuren – eenzaamheid, hoarderproblematiek, armoede – hoewel er al lang geen meldingen meer binnenkwamen bij de politie en andere instanties. Toen de verduurzaming van deze flats ging beginnen, schakelde Rotterdam hulp in van onder meer de Verbindingskamer, bedreven in huis-aan-huisbezoeken, om buren met elkaar in contact te brengen. Oprichter Marianne Lock: “Het mooie aan de energietransitie is dat je bij 100 procent van de bewoners achter de voordeur komt. Dat percentage bereiken wij normaal nooit.”
In Bospolder-Tussendijken ging naast de aannemer vaak ook iemand van de Verbindingskamer langs. Marianne: “Wij vroegen of bewoners het nog trokken met de werkzaamheden en of ze iets nodig hadden. Zo is er ongelofelijk veel naar boven gekomen. Door 1 op de 3 huishoudens is een hulpvraag gesteld. Veel mensen vragen niet om hulp, uit schaamte of angst.”
Zorgeloze toekomst?
Inmiddels hebben de buren in Bospolder-Tussendijken elkaar ontmoet op verschillende bijeenkomsten en zijn sommige bewoners opgestaan als aanspreekpunt. Ze hoeven zich straks minder zorgen te maken over stijgende gasprijzen, want eind dit jaar zijn naar verwachting 1500 woningen in Bospolder-Tussendijken aangesloten op het warmtenet.
Zo zijn de Nederlandse gemeenten weer een stapje dichter bij het aardgasvrij maken van álle Nederlandse huizen in 2050. De teller staat nu op 18 procent. Nog volop kansen dus.
Warmtetransitie
In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Nederland van het aardgas af zijn. Gemeenten bepalen per wijk welke duurzame oplossing het beste past, zoals individuele warmtepompen óf een collectief warmtenet. Een warmtenet is een netwerk van leidingen dat warmte van een centrale bron naar woningen vervoert. Daarmee ontlast zo’n net het elektriciteitsnet. Warmtenetten kunnen gebruikmaken van duurzame bronnen, zoals aardwarmte, restwarmte of aquathermie. Concrete plannen om wijken grootschalig te verwarmen met waterstof of groen gas zijn er nog niet.



Recente reacties