
Op de lagere school werd ik regelmatig tot de orde geroepen, omdat ik te veel uit het raam staarde. Dan verbleef ik in andere werelden, joeg gekke fantasieën of vage verlangens na. Tijdens die momenten kwam ik tot mezelf. Terug in de werkelijkheid viel me op dat die er anders uitzag dan mijn dromen. En dan ontstonden de kritische vragen…
Tegenwoordig gun ik mezelf nauwelijks nog dit soort momenten. Als zovelen word ik, meer dan ik wil toegeven, opgeslokt door de prestatiesamenleving, die de welvarende ‘drukdrukdruk’ mensen scheidt van mensen die zeeën van tijd hebben, maar geen aanzien en geld. Ik mis de ruimte om te lummelen en mijn verbeelding zonder doel of richting zijn eigen gang te laten gaan.
Velen hebben het belang daarvan al benadrukt. Er is een slow food, slow design en slow politics beweging; talloze boeken wijzen op de gevaren van de 24 uurseconomie. Zomaar een greep uit mijn boekenkast: Momo en de tijdspaarders (Michael Ende, 1973), De bijna verdwenen kunst van het niets doen (Dany Laferriere, 2014) en Leven in een tijd van versnelling (Hartmut Rosa, 2016). En dan zijn er nog ladingen boeken over mindfulness, die er (te) vaak op uit zijn je productiviteit weer op peil te krijgen nadat je onderuit bent gegaan.
De relatie van deze versnelling met klimaat en milieu is niet nieuw. De Zuid-Afrikaanse milieuactivist en advocaat Cormac Cullinan schreef onlangs in Trouw dat de milieubeweging te veel in materieel denken blijft steken: stikstof uitstoot beperken, beschermde gebieden uitbreiden, enzovoort. Wat hem betreft zit het probleem veel dieper: de wereld is doordrenkt van een koloniale, kapitalistische cultuur die zowel de natuur als de mensen exploiteert. Dáár zou de milieubeweging zich op moeten richten. Interessant genoeg verbindt hij zijn analyse met verzet tegen racisme: zoals mensen boven de natuur worden geplaatst, zo zijn ook mensen boven andere mensen geplaatst. Het is een en dezelfde houding van uitbuiting.
Begin klein en staar tijdens je werk uit het raam. Die kleine momenten zijn groots
De Afro-Amerikaanse dichteres Tricia Hersey deelt deze inzichten, maar zij kiest een alledaagser en persoonlijker antwoord: rust. Wat haar betreft eisen we ons lichaam terug van het systeem, dat ongemerkt diep in onze zenuwbanen, gedachtes en eet- en slaaproutines is doorgedrongen. Weg met de ratrace, het perfecte lichaam en de onstilbare onrust die een cultuur van schaarste in ons creëert. Want de keerzijde van dit systeem is afmatting. Die treft overigens niet iedereen gelijkelijk. De geschiedenis van slavernij, seksisme en kapitalisme heeft uitputting in de eerste plaats diep in de genen van generaties (nazaten van) slaafgemaakten, arme boeren, arbeiders, inheemse volken en vrouwen gekerfd. Pas nu worden ook witte mensen uit de middenklasse getroffen.
Rust is daarom ook een vorm van verzet. Begin klein, door tijdens je werk uit het raam te staren en weg te dromen. Die kleine momenten zijn groots, ze brengen je in contact met je diepste verlangens. Neem regelmatig een pauze van je mobieltje. Neem tijd om te rouwen wanneer nodig. Wandel vaker en/of maak muziek. En lach je weleens? Dit klinkt allemaal behoorlijk ‘zelfhulperig’. En die kant zit er ook aan. Maar zelfzorg gaat nooit alleen over het individu, zegt Hersey. Je hebt anderen nodig om je te ontworstelen aan de almaar malende molens van de steeds-meer-en-steeds-beter samenleving.
Rust als verzet impliceert aandacht voor structuren. Hoe hangt de roofbouw op onszelf samen met patriarchale en racistische systemen? Wie of wat jaagt ons op en profiteert daarvan? Hoe schaadt dit gedrag dieren, bergen, rivieren en planten? Verzet begint misschien met uit het raam staren en je geest de vrije loop laten, maar daar eindigt het zeker niet. Gemeenschap en kritisch denken maken persoonlijke dromen pas echt politiek.
Erica Meijers is theoloog, lid van de redactieraad van Down to Earth magazine en verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit. Ze doet onder meer onderzoek naar racisme en slavernijverleden, en naar voedsel en ecologie.



Recente reacties