
Kinderboekenschrijver Marit Törnqvist reisde naar klimaatonderzoekers op Antarctica. Ze verwerkt haar ervaringen in een kinderboek en een tentoonstelling. “Als ik hier rondloop, voel ik echt die duizenden meters ijs onder mijn voeten.”
Het beeld van de klimaatcrisis als aandenderende komeet is niet nieuw. We zien met z’n allen de ramp naderen, maar niemand die wat doet. Hoe krijg je mensen zover dat ze in actie komen? In zowel de ngo- als de reclamewereld hoor je vaak: vertel mensen niet wat ze moeten inleveren, maar verleid ze met een positieve boodschap. “Natuurlijk kan dat helpen”, reageert illustrator en kinderboekenschrijver Marit Törnqvist vanuit het Noorse onderzoeksstation Troll op Oost-Antarctica. “Maar om het hele achterliggende drama te verzwijgen, daar geloof ik niet in.” Hoe breng je de boodschap dan wél over? Naar dat antwoord is Marit, tijdens een vijfweekse poolexpeditie, op zoek.
Samen met journalist Bram Vermeulen en fotograaf/filmmaker Kadir van Lohuizen vormt ze een driekoppige ‘impactgroep’ die op uitnodiging van het Swedish Polar Research Institute het verhaal van de wetenschappers op Oost-Antartica wil optekenen. Het Noorse onderzoeksstation bereidt zich ondertussen voor op een orkaan. In het koudste en droogste continent op aarde zijn de weersomstandigheden extreem onvoorspelbaar. Tijdens een eerder bezoek aan het Duitse station Neumayer III zaten vanwege hevige storm de deuren ook al drie dagen lang op slot, niemand mocht naar buiten.

Op de verschillende onderzoeksstations gaan Marit, Bram en Kadir in gesprek – en soms ook op pad – met wetenschappers die het smeltproces van de Riiser Larsen-ijsplaat onderzoeken, een ijsplaat anderhalf keer zo groot als Nederland. Terwijl de wetenschappers hun complexe metingen doen in de barre kou, proberen Marit en Co. hun verhaal zo te vertellen dat het een breder publiek bereikt.
Is er onderhand niet voldoende wetenschappelijk bewijs dat ons vertelt hoe ernstig de klimaatcrisis is?
“Van Oost-Antarctica weten we, in tegenstelling tot West-Antarctica, nog niet zoveel af. De wetenschappers hopen dat ze met de data die ze hier verzamelen voorspellingen kunnen doen over het smeltproces van de ijsplaat op de lange termijn. Hoeveel sneeuw valt er? Door de opwarming van de oceaan is er meer sneeuwval, compenseert die het smelten? Wat gaat er met al dat ijs gebeuren in de komende 200 jaar?”
Volgens professor Ola Fredin is de Riiser Larsen-ijsplaat een ‘laboratorium’ voor heel Antarctica: het smeltproces zoals het hier plaatsvindt, zou zo maar eens voor het hele continent kunnen gelden. Als al het ijs op Antarctica zou smelten – een scenario dat overigens geen enkele wetenschapper voor mogelijk houdt – zou de zeewaterspiegel met ongeveer 60 meter stijgen. “Maar je hebt natuurlijk gelijk”, vervolgt Marit. “Ik heb weleens het gevoel dat wetenschappers worden ingehaald door het proces dat ze onderzoeken. Al die metingen, daarvan komen mensen niet ineens massaal in beweging. Maar ik heb ook veel respect voor de onderzoekers. Voor de manier waarop ze samen, meting voor meting, onder barre omstandigheden in kaart brengen wat hier precies gebeurt. En wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.”
“Met zesdegroepers komt de hele maatschappelijke discussie in miniformaat voorbij”
De grote vraag van de expeditie is hoe je dat verhaal moet vertellen zodat het ook echt overkomt. Kadir hoopt een fototentoonstelling samen te stellen, Brams verhaal zal terug te vinden zijn in de geschreven media en samen maken ze twee Frontlinieafleveringen voor de VPRO. Marit werkt ondertussen aan een reizende kunsttentoonstelling. “Ik heb aquarellen van smeltwater geschilderd. Die wil ik opsturen naar illustratoren overal ter wereld, met het verzoek of ze over mijn aquarel heen een geschilderd antwoord willen geven op mijn vraag wat er gebeurt als ‘het water komt’. Wat gaan mensen en dieren dan doen, hoe zien zij dat voor zich? Ik hoop dat we zo nieuwe gesprekken op gang kunnen brengen. De collega’s die ik heb benaderd – uit Iran, Australië, Brazilië, noem maar op – willen tot nu toe allemaal meedoen.”

Daarnaast wil Marit een prentenboek maken, waarin ‘de’ stem van het kind doorklinkt. “Hoe leggen wetenschappers het grote verhaal uit, hoe praten ze met kinderen? Iedereen worstelt daar blijkbaar mee, en het is ook heel dubbel. Je wil eerlijk vertellen wat er aan de hand is maar tegelijkertijd geen enorme last op hun kleine schouders leggen.”
Hoe praat jij erover met kinderen?
“Ik heb van tevoren een klas van zesdegroepers bezocht, kinderen van 9 of 10 jaar oud. Eerst wisten ze nog niet veel van Antarctica, maar al snel kwam de hele maatschappelijke discussie in miniformaat voorbij. Zonder de ruis die volwassenen met zich meebrengen, geen ‘ja maar de economie dan’, bijvoorbeeld. Ik houd nu een dagboek bij waarvan ik foto’s naar hun leerkracht stuur, die leest ze voor in de klas. Vervolgens kunnen de kinderen me alles vragen wat ze maar willen, en als ik het antwoord niet weet, vraag ik het een van de wetenschappers. Het is fantastisch dat ze mij hier rechtstreeks kunnen bereiken, ik voel me vrij als ik hun schrijf. Iemand hier vroeg of ze een stukje van mijn dagboek mocht lezen. Nou, nee. Volwassenen moeten ervan af blijven.”
Krijgen hun vragen ook een plek in het kinderboek dat je wilt maken?
“Dat weet ik nog niet. In mijn boek wil ik wel een kind hier naartoe halen en zien wat er dan gebeurt. Ze zal willen spelen, reageren op de overweldigende sneeuwvlaktes, de kou, de zon die nooit ondergaat. Maar ze gaat natuurlijk ook vragen stellen en met haar kinderblik de boel flink wakker schudden, denk ik. Het verhaal van de zeespiegelstijging zal centraal staan, maar ik wil wel met metaforen gaan werken. Niet om de angst van het kind voor de ramp die mogelijk nadert uit de weg te gaan, maar je moet die angst wel in goede banen leiden, anders werkt het verlammend. Dat kan als je fictie maakt. En ik wil natuurlijk óók laten zien hoe prachtig deze plek is.”

Je was ook bij een toeristenresort op bezoek…
“Ja, White Desert, een resort waar multimiljonairs het natuurschoon komen bekijken voor het te laat is. Ze kunnen er champagne drinken en worden voor een bizar bedrag een week lang in de watten gelegd. In één ding kan ik ze moeilijk ongelijk geven: het is hier van zo’n adembenemende schoonheid dat het moeilijk te bevatten is. IJs, ijs, ijs, ijs… Als ik rondloop, voel ik echt dat enorme volume van duizenden meters ijs onder mijn voeten. En je ziet vaak geen contrast. Als we op sneeuwscooters – ik heb van tevoren een sneeuwscooterrijbewijs gehaald, maar ik zit meestal achterop – met de wetenschappers mee de ijsplaat opgaan, zie je niet of je een heuvel op scheurt of juist een gat induikt.”
En het grote verhaal vertellen, heb je al een idee hoe dat zou moeten?
“Ik heb de gouden sleutel nog niet gevonden, maar ik zie wel een opening. Veel wetenschappers durven niet verder te gaan dan dat wat ze een-op-een kunnen bewijzen. Maar waarom vertellen ze niet óók dat ze als de dood zijn voor de klimaatverandering die ze op ons zien afkomen, ook al weten ze niet exact hoe dat eruit zal zien? Niemand heeft het overzicht, en dus lijkt niemand het grote verhaal te kunnen vertellen. Terwijl ze het verhaal over wat hen drijft, waarom ze hier zijn en waarom ze dit werk doen, prima zouden kunnen scheiden van datareeksen en verifieerbare wetenschappelijke voorspellingen. Daar zit een grote barrière.”
Ook de deuren van onderzoeksstation Troll gaan op slot. Als de orkaan na een paar dagen afneemt, kan een vliegtuig Marit en de anderen komen oppikken. Tenminste, als het ijs niet te zacht is om te landen. “Zo zie je maar, ook dat wordt een probleem”, verzucht Marit. “Wat we hier doen is natuurlijk een druppel op de gloeiende plaat. Of je nu een kinderboek of een tentoonstelling maakt, of wetenschappelijk onderzoek doet. Maar toch: ook al levert dat meetwerk maar één kiezelsteen op, die onderzoekers brengen samen wel een heel continent in kaart. En dan heb je ineens een hele berg. Zo kunnen we het toch ook aanpakken in de strijd tegen klimaatverandering? En ja, de tijd zit politiek gezien enorm tegen. Wat we nu moeten doen is het gesprek wakker houden, van en met zoveel mogelijk mensen.”



Recente reacties