
Het moet een jaar geleden zijn geweest dat ik een korte video op Instagram zag over een satelliet die zonlicht naar de aarde reflecteert. Vast nepnieuws, dacht ik, hoopte ik wellicht vooral, maar een iets nauwkeurigere blik deed me al snel het tegendeel inzien. Afgelopen maand werd bekend dat de Amerikaanse Federal Communications Commission het bedrijf Reflect Orbital officieel toestemming heeft gegeven om een eerste prototype van de Eärendil-1 de ruimte in te schieten. De satelliet moet deze zomer nog in een baan om de aarde worden gebracht. Daar zal hij een achttien meter lange, flinterdunne reflector ontvouwen, die zonlicht naar de aarde kan weerkaatsen. Dit zou grote voordelen hebben, aldus het bedrijf. Denk aan reddingswerkers die ’s nachts kunnen worden bijgelicht, verhoogde landbouwproductie door lokale zonlichtreflectie en ‘duurzame’ verlichting van steden.
Bedoeling is dat Reflect Orbital uiteindelijk 50.000 van dergelijke satellieten lanceert. Daarbij staat winst voorop. Particuliere consumenten moeten straks met een app het nachtelijke zonlicht per uur kunnen bestellen. Dat meteen een vierkante kilometer verlicht wordt, neemt het bedrijf graag op de koop toe. Het is maar te hopen dat je geen vermogende buurman hebt die bang is in het donker, of naast een festivalterrein woont waar feestgangers van geen dag of nacht willen weten.
Wat als een reflector straks blijft hangen?
Dramatisch voor mens en dier, stellen critici. Nu al lijdt de aarde onder hevige lichtvervuiling en raken dag- en nachtritmes steeds verder verstoord. Sterrenkundigen vrezen acute blindheid als ze door hun telescopen in de reflector turen. Zonder die hulpmiddelen zie je straks sowieso geen sterren meer. Wetenschappers concludeerden dat als de lichtvervuiling in het huidige tempo doorgaat, de gemiddelde mens de sterrenhemel tegen 2040 of 2050 helemaal niet meer zal zien. Een kind dat nu geboren wordt, zal als het volwassen is nauwelijks nog sterren kunnen spotten.
De nacht spreekt tot wie hem durft te aanschouwen. Jaren terug, toen ik de Mozesberg in de Egyptische Sinaï beklom tijdens een maanloze nacht, zag ik niet alleen de sterren maar ook de verschillende sterrenstelsels. Blauw. Paars. Oranje. Vallende sterren en een kometenregen schoten door de lucht. Het was eenzelfde hemel die ik diep in de Westelijke Sahara bij de Libische grens gadesloeg. Ik lag op een kleed op de nagloeiende zandduinen, warm van de hitte van de dag. Naast mij zat een Soedanese vluchteling. We waren de enige twee mensen in een straal van 20 kilometer. Een hond beschermde ons tegen de gevaren van de nacht. De ervaring is moeilijk te omschrijven. Ondanks mijn ernstige visuele beperking was het alsof ik de hemel recht in de ogen keek. In Amsterdam zie ik hoogstens de satellieten van Starlink in een rechte baan van flikkerende lichtjes overtrekken.

Hoe kan het dat we particuliere bedrijven toestaan de kosmos vol te schieten? Waar blijft de internationale wet- en regelgeving? Wat als een reflector straks blijft hangen? Wat gebeurt er met al het ruimteafval? Hoe sluiten we uit dat dit soort techniek als wapen wordt ingezet? Waar komen de Russen en de Chinezen mee in hun verbeten concurrentiestrijd om de ruimte? ‘
Maar het meest van al vraag ik me af waarom niemand het over de noodzakelijke afkoeling van de nacht heeft. De aarde is oververhit. De zeven oceanen koken, de bossen branden en de woestijn trekt overal op. Daar zet je geen vergrootglas op, die wuif je koelte toe. Er komt nog een dag dat we snakken naar het duister van de nacht, maar we die niet met een app kunnen bestellen.
Om de stormen van deze tijd het hoofd te bieden werkt Mounir Samuel – geïnspireerd door het verhaal van de ark van Noach – aan een nieuwe, moderne ARC: een Actie Respons Comité. Op Substack neemt hij de lezer wekelijks mee in zijn denken en naar de uithoeken van de wereld, waar hij leert van lokale gemeenschappen en inheemse bevolkingsgroepen. Reis mee op substack.com/@arcnewsletter (zonder betaalmuur).



Recente reacties