
De pier eindigt nu
boven grasland in
plaats van de zee
De Kaspische Zee droogt op. Dat is slecht nieuws voor de natuur en de mensen die van dit grootste zoutmeer ter wereld afhankelijk zijn. Ook internationale handelsroutes en olie-export – steeds belangrijker sinds de sancties op Russische olie – komen onder druk te staan. Ondertussen doen Nederlandse baggeraars er goede zaken.
“Hier speelden we vroeger” zegt Kirill Ossin, terwijl hij naar de droge vlakte voor ons gebaart. “Heel Aktau kwam hier zwemmen.” Het verroeste blauwe bord dat ooit de beschermde kuststrook markeerde met de tekst ‘Zee 35 meter’, is een door de tijd ingehaalde relikwie. Het water ligt nu minstens 100 meter verderop.
Aktau ligt aan de oostkust van de Kaspische Zee, in de Kazachse regio Mangystau. De Kaspische Zee, het grootste afgesloten waterlichaam ter wereld en dus technisch gezien een zoutmeer, krimpt. De afgelopen 20 jaar is het waterpeil met bijna 2 meter gedaald, op sommige plaatsen heeft de kustlijn zich tot wel 20 kilometer teruggetrokken. De belangrijkste oorzaken zijn de opwarming van de aarde en de afnemende aanvoer van rivierwater. Tegelijkertijd zet de olie- en gasindustrie in en rond de Kaspische Zee het ecosysteem onder druk.

Kirill is directeur van de ngo Eco Mangystau, een organisatie die aandacht vraagt voor de toekomst van de zee en bewoners informeert over de milieuproblemen. Die zijn divers: van olielekken en industriële emissies tot vervuiling langs de kust en gedumpt afval van voormalige nucleaire installaties. “Toen ik hier als vrijwilliger begon, 20 jaar geleden, was er nog weinig aandacht voor milieuproblemen. Het was ook lastig om mensen te bereiken zonder social media en internet. Nu is dat heel anders”, zegt Kirill terwijl we weer in de auto stappen.
Drinkwater in gedrang
We rijden langs het kanaal dat van de zee naar de ontziltingsinstallatie loopt. Het felblauw gekleurde water wordt naar een wirwar van buizen geleid. De installatie is in de jaren zestig door de Sovjets gebouwd en vormt nog altijd een belangrijk deel van de drinkwatervoorziening van de stad: ruim 90 procent van de totale watervoorziening in de regio Mangystau is afhankelijk van zeewater. Op de achtergrond torent een grote rechthoekige constructie boven het complex uit: de voormalige nucleaire energiecentrale, in 1999 gesloten en afgeschermd met een betonnen omhulling om verdere vervuiling te voorkomen.
Kirill vertelt dat de krimpende zee regelmatig de drinkwatervoorziening bedreigt. Wil de ontziltingsinstallatie goed kunnen functioneren, dan moet het waterpeil aan een bepaald minimum voldoen. In sommige zomers komt er in de huizen niets uit de kraan. Bovendien is de verouderde installatie niet berekend op het groeiende aantal inwoners. Aktau is een vrij nieuwe stad; 66 jaar geleden, gebouwd door de Sovjets als nederzetting voor de uraniumwinning. Later vonden ze olie en gas en werden de stad en bijbehorende voorzieningen uitgebreid voor werknemers in de fabrieken. Ook Kirills ouders kwamen hier als fabrieksarbeiders naartoe.
Met de dalende waterstand verandert het zoutgehalte
Inmiddels telt Aktau bijna 300.000 inwoners. Overal verrijzen moderne appartementencomplexen van vele verdiepingen. Er is ruimte genoeg: buiten de stad bewegen op de eindeloze steppes de jaknikkers van de oliepompen gestaag op en neer. Mangystau zal naar verwachting een van de sterkst groeiende stedelijke gebieden van Kazachstan worden. De olie-industrie is daarbij een belangrijke werkgever, maar Aktau functioneert ook als een cruciale transport-hub. Hier begint de zogenoemde Middle Corridor: de handelsroute van China naar Europa die de traditionele route via Rusland omzeilt. Ook die route krijgt te maken met de gevolgen van de dalende waterstand.
Menselijk handelen
Als je langs de kustlijn van Aktau loopt, lijkt er misschien weinig aan de hand. Golven klotsen tegen de kade, een houten wandelpad kronkelt tussen de kliffen van zandsteen. Mensen gooien een hengel uit en plezierboten met gillende tieners en luide muziek varen voorbij. Maar de inwoners zien het verschil met 10 of 20 jaar geleden: droge, gebarsten grond langs de kust, verroeste pieren die eindigen in gras en zand terwijl de zee tientallen meters verderop ligt.

Op het strand tussen de rotsen laat Kirill zien hoe hoog het water stond in 1999. De hoogte is gemarkeerd met cijfers op de stenen. Schommelingen in het water peil zijn onderdeel van een natuurlijke cyclus, daarover zijn wetenschappers het eens. Maar lange tijd werd die cyclus gebruikt als verklaring voor de huidige terugtrekking van de zee, met weinig aandacht voor factoren als klimaatverandering. Hogere temperaturen zorgen voor meer verdamping, terwijl veranderende neerslagpatronen de aanvoer van water beïnvloeden. Daarnaast zijn vooral menselijke activiteiten de oorzaak: aan voerrivier de Wolga wordt al decennia lang intensief gereguleerd met dammen en stuwmeren, irrigatie en industrieel watergebruik verminderen de aanvoer naar de Kaspische Zee.
Met de dalende waterstand verandert ook het zoutgehalte, wat een bedreiging vormt voor veel soorten flora en fauna. Zout en vervuilende stoffen hopen zich op in het sediment en worden door de wind verspreid, wat gezondheidsproblemen voor mens en dier veroorzaakt. Behalve de drinkwatervoorziening komen ook de visserij en andere economische activiteiten die afhankelijk zijn van de zee steeds verder onder druk te staan.
Steeds minder steur
Danyar Akimzhanov is voorzitter van de vissersorganisatie en herinnert zich hoe de zee nog niet zo lang geleden barstte van het leven. “Vroeger waren er zo veel vissen dat kinderen ze zo uit het water konden pakken”, herinnert Danyar zich. “Steuren van 100, 200 kilo sprongen uit het water en verdwenen met een enorme plons weer onder de oppervlakte, als walvissen. Nu zijn er nauwelijks steuren meer.” De Kaspische Zee, ooit beroemd om haar steur en de daaruit gewonnen kaviaar, herbergt naar schatting nog altijd 90 procent van de wereldwijde steurpopulatie, al is de soort inmiddels sterk in aantal afgenomen. Danyar en zijn organisatie zetten zich in voor herstel van de visstand en daarmee voor het haast volledig verdwenen levensonderhoud voor vissers. Ze kweken vissen om populaties aan te vullen die zich niet meer vanzelf kunnen herstellen en om de visserij op wilde vangst te verminderen.

“Als kinderen speelden we zelfs met de zeehonden, die kwamen heel dichtbij”, vertelt Danyar terwijl we langs de kust wandelen. Ook de Kaspische zeehond, een soort die uitsluitend in deze regio voorkomt, heeft het zwaar. Van een populatie die begin twintigste eeuw nog uit ongeveer een miljoen dieren bestond, zijn er naar schatting nog zo’n 70.000 over. Een paar jaar geleden spoelden duizenden dode zeehonden aan op de Kazachse kust, een indicatie dat het ecosysteem hevig verstoord is.
Alternatieve route
Jaren geleden werkte Danyar voor een Nederlands baggerbedrijf. “Vijfenzestig”, zegt hij lachend in het Nederlands, zijn vroegere personeelsnummer. Door de dalende waterstand moet er voortdurend worden gebaggerd: zand en sediment worden van de zeebodem afgegraven zodat grote vrachtschepen kunnen blijven varen en offshore-installaties bereikbaar blijven. Danyar wijst naar de haven in de verte, waar hijskranen boven de kades uitsteken. De vracht met zeecontainers die hier geladen wordt, loopt een flinke vertraging op, vertelt hij. Nu het water ondieper wordt, moeten de schepen lichter beladen worden. Dat brengt hogere kosten met zich mee en maakt de route minder efficiënt.
“Water wordt in de toekomst duurder dan olie”
Sinds de lancering in 2014 is de Middle Corridor steeds belangrijker geworden. Door de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen Rusland en Iran is de transportroute tussen China en Europa via Centraal-Azië en de Kaspische Zee uitgegroeid tot een belangrijk alternatief. De EU investeert miljarden in opschaling, het vrachtvolume groeide vorig jaar met 63 procent. Daarbij worden steeds vaker energie, grondstoffen en kritieke mineralen vervoerd. Milieuorganisaties waarschuwen dat het uitdiepen van vaargeulen leefgebieden kan beschadigen en vervuilende stoffen kan losmaken uit de zeebodem, maar voorlopig zijn er weinig alternatieven voor baggeren.
Toevoer uit de Wolga
“Mijn hart doet pijn voor de Kaspische Zee”, zegt Danyar terwijl hij zijn hand op zijn borst legt. “Verder naar het noorden heeft de zee zich nog veel verder teruggetrokken. Waar ooit water was, ligt nu een zoute vlakte waar niets meer leeft.” Kazachstan richtte in 2024 een onderzoeksinstituut voor de Kaspische Zee op, dat behalve monitoren en waarschuwen weinig kan uitrichten. Een belangrijk deel van de oplossing ligt immers buiten de landsgrenzen: ongeveer 80 procent van het water dat de Kaspische Zee bereikt, komt via de Wolga uit Rusland.

Danyars vriend Roman Urazimbetov, ook vrijwilliger, komt erbij staan. Rusland heeft tientallen dammen langs de Wolga gebouwd, vertelt Roman, omdat het zelf ook met toenemende watertekorten kampt. Bovendien heeft Rusland de binnenlandse landbouw opgeschroefd, omdat het land minder afhankelijk wil zijn van import vanuit het westen. De irrigatie daarvoor moet grotendeels uit de Wolga komen, waardoor er steeds minder water de zee bereikt. Kazachstan heeft Rusland gevraagd garanties te geven voor een minimale wateraanvoer, maar die heeft Rusland nog niet toegezegd. Bovendien wordt volgens Russische deskundigen de dalende waterstand veroorzaakt door klimaatverandering, en niet door de regulering van de Wolga.
“Alsjeblieft, Vladimir Vladimirovitsj, open de Wolga”, zegt Roman, terwijl hij de Russische president met zijn voornaam en patroniem aanspreekt. Wie het water beheert, heeft macht. Dat geldt niet alleen voor de Wolga, maar ook voor de Ili-rivier, die door China wordt gecontroleerd. De Ili is de belangrijkste toevoer van het Balkashmeer in Oost-Kazachstan. Ook dat meer krimpt door afnemende watertoevoer en een groeiend watergebruik stroomopwaarts. De toenemende schaarste maakt water tot een steeds belangrijker geopolitiek vraagstuk. “Water wordt in de toekomst duurder dan olie”, voorspelt Roman.
Meer olie en gas
Tegen die achtergrond proberen burgers meer grip te krijgen op de olie-industrie. “Er wordt de komende jaren alleen maar meer in olie en gas geïnvesteerd”, zegt Asel Iztaeva, vrijwilliger bij het burger initiatief Save the Caspian Sea, dat in 2024 werd opgericht. Kazachstan heeft onlangs plannen aangekondigd om de olieproductie tegen 2029 met 17 procent te verhogen. Juist daarom richt Save the Caspian Sea zich op meer transparantie en strengere controle. “Wij vragen bijvoorbeeld om toegang tot gegevens over milieunormen en de naleving daarvan. Volgens internationale afspraken zou die informatie openbaar moeten zijn.”
Nederlandse baggeraars als Van Oord en Boskalis profiteren van de noodzaak om vaargeulen toegankelijk te houden
Ik spreek Asel in Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan, in een van de vele hippe cafés van de stad. Ze studeerde politicologie en internationale betrekkingen en wil haar leven wijden aan milieubescherming en politiek. Volgens Asel zijn die twee onderwerpen niet van elkaar te scheiden. “Veel overeenkomsten met oliebedrijven stammen uit de jaren negentig en zijn niet openbaar. Daardoor weten we niet precies aan welke regels zij zich moeten houden en of ze dat ook doen. Volgens het Verdrag van Aarhus heeft het publiek recht op die informatie.” Dat verdrag, dat ook door Kazachstan is ondertekend, geeft burgers recht op toegang tot milieu-informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter in milieukwesties. “Mensen hebben het recht om te weten welke gevolgen industriële activiteiten hebben voor hun leefomgeving”, zegt Asel. “En burgers hebben recht op schoon water en schone lucht.” Het vermoeden dat niet alle milieuregels worden nageleefd, wordt versterkt door de regelmatige meldingen van olievervuiling in de Kaspische Zee. “Vrijwel elke maand worden er nieuwe vervuilingen gemeld.” Omdat de overheid volgens Asel onvoldoende informatie openbaar maakt, stapte de organisatie naar de rechter. “We hebben een rechtszaak aangespannen tegen het ministerie van Energie, maar op ieder niveau werden onze verzoeken afgewezen.”
Nederlandse belangen
Tegelijkertijd deelt de Kazachse overheid regelmatig boetes uit aan oliebedrijven voor milieuovertredingen. Eerder onderzoek van NRC liet zien dat grootschalige vervuiling en corruptie plaatsvindt in die industrie, waar Nederlandse bedrijven ook een aandeel in hebben. Sinds de sancties op Russische olie is Nederland steeds afhankelijker geworden van olie uit Kazachstan. Nederland koopt jaarlijks voor 5,1 miljard euro aan olie in van Kazachstan en heeft belangen in de sector. Shell is onderdeel van het consortium dat het Kashagan-olieveld exploiteert, een van de grootste offshore olieprojecten ter wereld. Dat olieveld kampt al jaren met milieuproblemen door lekkages en het affakkelen van giftig gas. De Kazachse overheid legde het consortium eerder boetes op en spande rechtszaken aan vanwege milieuschade en illegale emissies. Afgelopen juli heeft de Kazachse overheid beslag gelegd op de eigendommen en transportmiddelen van het consortium voor het niet betalen van zo’n milieuboete.

Ondertussen profiteren Nederlandse baggeraars zoals Boskalis en Van Oord van de noodzaak om vaargeulen, havens en offshore-installaties toegankelijk te houden. Follow the Money berichtte eerder dat het Nederlandse Openbaar Ministerie onderzoek doet naar mogelijke omkoping rond opdrachten van Van Oord in Kazachstan. Zulke belangen benadrukken de noodzaak van publieke controle op de sector, en dat begint bij betrokkenheid bij de politiek, vindt Asel. Ze zet zich ook in als onafhankelijk waarnemer van verkiezingen in Kazachstan; dat is hard nodig. “Verkiezingsuitslagen, van referenda bijvoorbeeld, worden vaak vervalst. En onafhankelijke waarnemers worden geïntimideerd”, zegt ze. Zo werd haar oom gebeld door mensen die hem ervan probeerden te overtuigen dat Asel beter niet als waarnemer naar de verkiezingen kon gaan. Bang maakte haar dat niet: “Als je je rechten kent, hoef je niet bang te zijn. Maar gebrek aan kennis over burgerrechten zorgt ervoor dat mensen snel geïntimideerd zijn.”

Stap voor stap
Aan betrokken burgers geen gebrek in Aktau. Veel vrijwilligers zetten zich in voor de zee, bijvoorbeeld tijdens het jaarlijkse opruimfestival tegen plastic vervuiling in de Kaspische Zee. Onder de mensen die ik ontmoet overheerst het geloof dat herstel nog mogelijk is. “Dat komt door onze mentaliteit”, zegt Nadezhda Vadodaria, die de afgelopen dagen heeft opgetreden als mijn tolk. Ze is betrokken bij lokale initiatieven rond milieu en waterbeheer en bracht als lid van de gemeenteraad in de regio Mangystau de zorgen over de dalende waterstand van de Kaspische Zee onder de aandacht bij het nationale parlement. “Deze stad is vanuit het niets opgebouwd. Stap voor stap, steen voor steen”, besluit Nadezhda. “Zo zullen we ook dit probleem aanpakken.”
Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Fonds Pascal Decroos.