• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud

Down To Earth Magazine

Groene journalistiekUitgave van Vereniging Milieudefensie

Zoek op de site

  • Home
  • Onderwerpen
    • Biodiversiteit
    • Energie
    • Landbouw & voedsel
    • Mensenrechten
    • Milieu
    • Economie
    • Politiek
  • Rubrieken
    • Interview
    • In actie
    • Doe het lekker zelf
    • Opinie
    • Boeken en films
    • Samen eten
    • Columns
  • Magazines
  • Word abonnee
  • Over ons

Home > Magazines > Mangrovebomen planten in zee

Mangrovebomen planten in zee

door Simon Vera - 20 oktober 2026

Mbaarak Abdalla staat in de baai tussen de mangrovebossen te bellen. Mbaarak is een zwarte man met kort zwart haar. Hij draagt een gele polo, groen petje en opgestroopte spijkerbroek.

In Kenia worden mangrovebossen beschermd door ze waardevol te maken voor de bewoners. Mensen die vroeger bomen kapten, planten nu zaailingen aan. Daardoor herstelt er meer dan het bos alleen, ziet Simon Vera. “Eerst was er bijna geen vis hier, maar nu vangen we steeds meer.”

Bahati Karisa staat voorovergebogen op het drooggevallen wad, tussen schouderhoge mangrovebosjes, een bundel mangrovepeulen in haar hand. Ze beweegt systematisch over de vochtige klei, buigt elke halve meter voorover om een van de langwerpige zaadpeulen in de grond te drukken. “Ik houd mijn duim en wijsvinger uit elkaar, om te meten hoe diep ik ze moet steken”, legt de 45-jarige uit. Bahati woont in Junda, een wijk in de Keniaanse kuststad Mombasa. Links van haar is een diep groene waas van mangrovebomen te zien, rechts glinsteren golfplaten daken op de heuvels rond de baai van Tudor Creek.

Vijftien jaar geleden zag deze baai er heel anders uit. “Het wad had nog maar een paar losse plukjes groen”, vertelt Bahati. Decennialang haalde de gemeenschap haar bouwmaterialen en brandhout uit het bos. Rond de baai brandden elke nacht vuren waar mangrovehout werd verbrand tot houtskool. Bahati was een van de velen die houtskool gebruikte om te koken. Tot ze in 2020 lid werd van Brain Youth Group (BYG). “Het begon allemaal door Mbaarak.” Mbaarak Abdalla luistert mee, petje diep over zijn ogen, zittend in de schaduw van een knoestige baobabboom.

Bahati Karisa zoekt naar zaden in een struik. Bahati is een zwarte vrouw, met lang zwart haar, gevlochten en in een knot. Ze draagt een grijs shirt en een rok met geel-paarse print.
Bahati Karisa

“Toen ik hoorde dat we bomen kunnen planten in de zee, was ik verkocht”, vertelt Bahati enthousiast. “Nu praat ik mijn familie en vrienden de oren van het hoofd over waarom we onze mangrovebossen moeten beschermen. En het werkt! Laatst kwam mijn zoontje hier met zijn school en hij vertelde me dat hij zaden planten zulk leuk werk vindt. Hoe tof is dat!”

Eureka-moment

“Vijftien jaar geleden begonnen we met de jeugdgroep” vertelt Mbaarak Abdalla, zittend op het tapijt van zijn woonkamer, waar ik hem later opzoek. Hij wilde projecten vinden waarmee de jongeren in hun levensonderhoud zouden kunnen voorzien. Zijn connectie met mangrovebossen ontstond per toeval. De moeder van een van de BYG-leden werkte mee aan de organisatie van een humanitaire conferentie. Mbaarak mocht langskomen en leerde daar hoe belangrijk mangrovebossen zijn voor het lokale ecosysteem, en hoe de gemeenschap kan meeprofiteren van het bos; bijvoorbeeld door tussen de bomen bijen te houden of vis te kweken. Als de bossen gezond zijn, tenminste. Het was een klein eureka-moment voor de nu 38-jarige Keniaan, die tot dan toe zijn geld verdiende met losse baantjes als taxichauffeur, zwembadschoonmaker en visverkoper. De Brain Youth Group bestond volledig uit mensen zoals hij: jong, zonder vast inkomen, met weinig uitzicht op verbetering.

Mbaarak Abdalla staat op het wad en lacht de camera in.
Mbaarak Abdalla

Met zijn nieuwe idee over mangrovebossen op zak besloot hij langs te gaan bij de Kenya Forest Service (KFS), de Keniaanse evenknie van Staatsbosbeheer. “Ze adviseerden me om ons met de jeugdgroep te richten op het planten van mangrovebossen. Alleen was er nog geen geld voor, dus begonnen we vrijwillig, door zaadpeulen te verzamelen en die te planten.” Sommigen in de groep misten het geduld om te wachten op geld en stopten. Anderen verklaarden hem voor gek. “Ze vroegen me: ‘Mbaarak, rook je wiet? Bomen groeien vanzelf, waarom probeer je de taak van God over te nemen?’” Maar hij bleef planten. Na enkele jaren kwam de KFS langs in Junda met een voorstel: als de gemeenschap BYG steunt in hun werk, betaalt KFS hen daar voor. “We kregen een klein beetje geld om meer bomen te planten. Toen begon het balletje te rollen.” Inmiddels bestaat de groep uit tientallen bewoners van de omliggende wijk, die betaald worden voor het planten zelf, en extra inkomsten halen uit bijenkorven en viskwekerijen.

Kwetsbare bossen

Overal langs de Keniaanse kust worden de mangrovebossen hersteld door grassrootsorganisaties zoals BYG. En dat is hard nodig. Volgens een overheidsrapport uit 2017 verloor het land tussen 1985 en 2009 20 procent van zijn mangrove bossen, van het bos dat nog over is, is 40 procent kwetsbaar. De grootste gevaren zijn het omhakken voor houtskool en bouwmaterialen, zoutproductie, vervuiling en klimaatverandering. Als de bossen gered kunnen worden, moet dat nu gebeuren. Ook de Keniaanse staat weet dat: in juni kondigde het land aan om vóór 2035 driekwart van de kwetsbare bossen te hebben hersteld. Dat is nodig om de kust te beschermen tegen erosie. Bovendien fungeren de bossen als broedgrond voor vissen en schildpadden.

“Bomen groeien vanzelf, waarom probeer je de taak van God over te nemen?”

Plekken als Tudor Creek tonen dat het kan: ook zonder overheidsinterventie, maar door mensen die vaak zonder training werken, voortgedreven door passie. “Ik heb nooit gestudeerd”, vertelt Mbaarak. “Toen we begonnen, plantten we lukraak, zonder iets te weten over de verschillende boomsoorten of de rol van de getijden.” Veel van hun werk was toen nog verspilde moeite: in de beginjaren overleefden slechts 500 van de 10.000 geplante zaailingen. Maar Mbaarak leerde zichzelf hoe het beter kon. Nu is die informatie makkelijk te vinden op bijvoorbeeld de site van de KFS, maar in 2009 was dat niet het geval. Hij ging zelf op zoek. “Alles wat ik weet, heb ik geleerd door te zoeken op internet, YouTube- filmpjes te kijken, en van de mensen om me heen.” En dat leverde steeds meer resultaat op. Inmiddels gedijt het leeuwendeel van de geplante bomen.

De waarde van het bos

Vanaf 2021 kwam het herstel van Tudor Creek echt op gang, toen internationale donoren de weg naar BYG begonnen te vinden. Het in Nederland gevestigde fonds Ecosystem Restoration Communities was een vroege donor. En het tevens Nederlandse Rituals had een actie waarbij het bedrijf voor elke verkochte navulling van een product een boom liet planten. Rituals betaalde Mbaaraks jeugdgroep voor het planten van 750.000 bomen. Nu, 15 jaar later, heeft BYG in totaal ruim vijf 5 miljoen mangrovebomen geplant. Het resultaat is zichtbaar in dit getijdengebied, waar een mangrovebos zich uitstrekt tot aan de horizon. Als ik met Mbaarak door het bos loop, tijdens de plantsessie in Tudor Creek, vliegen zilverreigers over. “Die zaten hier vroeger niet. Nu zien we ze overal.”

“Sponsors geven ons vaak maar één eis mee: plant een x-aantal bomen”

Bomen planten is één ding, maar hoe zorg je ervoor dat mensen ze ook laten staan? BYG plaatste bijenkorven in het bos om honing te produceren en leerde vissers dat hun vangsten zouden groeien als het bos – wat ook dienstdoet als broedgrond – ook groeide. Zo overtuigden ze steeds meer mensen van de waarde van het bos. Een van die vissers is Elphan Mwangome, die de laatste 8 jaar zijn netten uitgooit in deze delta. “Eerst was er bijna geen vis hier, maar nu vangen we steeds meer”, vertelt hij, zittend op zijn vissersboot. Hij helpt zelf ook mee met bomen planten. “We gaan er af en toe op uit met een groep van 25 vissers.” Dat ze er een klein salaris mee verdienen, is mooi meegenomen. Nu ze weten dat hun inkomen afhankelijk is van een gezond bos, houden ze hun gemeenschap in de gaten. “Als we horen dat iemand kapt, spreken we diegene erop aan. We kunnen niet toelaten dat dit bos weer vernietigd wordt.”

Nieuwe tech

Het is onduidelijk hoeveel mangrove bos er precies verloren is gegaan, en hoeveel er weer is bijgekomen; een groot probleem bij het herstel. Lokaal is het resultaat duidelijk: Tudor Creek is weer groen. Maar hoeveel er op nationaal niveau veranderd is, valt lastig te zeggen, vertelt Julius Sila, projectcoördinator van natuurorganisatie Community Based Environmental Conservation (COBEC). Nu struinen COBEC-werknemers zelf de kust af op zoek naar kanshebbers: stukken bos waarvan de kwaliteit verslechtert, maar die nog goed genoeg zijn om te herstellen. Na het aanplanten volgt het monitoren. Het hele jaar door moeten Julius en zijn team maandelijks langs blokken van honderd vierkante meter om elke boom op dikte en lengte te meten. Dat duurt lang, kost veel menskracht en is onnauwkeurig. “We doen het letterlijk zoals het honderd jaar geleden ook al werd gedaan”, concludeert Julius wrang. Hij werkt hard om daar verandering in te brengen.

Op de achtergrond voltrekt zich ondertussen, met de razendsnelle opkomst van nieuwe technologieën, een revolutie in natuurherstel. Het maakt het leven van Julius en zijn collega’s een stuk makkelijker. “Elke kleur is een andere mangrovesoort”, wijst de 28-jarige aan op een gedetailleerde 3D-kaart op zijn laptopscherm. “Allemaal met een drone in beeld gebracht, in een uurtje.” In de toekomst moet zo van heel Kenia duidelijk worden waar de mangrove bossen staan. “Ik ben in gesprek met KFS, en ze zijn enthousiast over deze nieuwe techniek. Hopelijk wordt het werken met drones binnen een paar jaar geïmplementeerd als officieel overheidsbeleid. Dan pas kunnen we echt accuraat onze voortgang meten.”

Julius Sila meet de dikte van een mangrove boom. Julius is een zwarte man met kortgeschoren zwart haar. Hij draagt een wit shirt en houdt een meetlint vast.
Julius Sila

Julius staat in de voorhoede van deze technologische ontwikkelingen. Zo werkt hij samen met start-ups om nieuwe technieken toe te passen die zo uit een sciencefictionboek kunnen komen. “We werken nu met bio-akoestiek”, legt de tech-enthousiast uit. “We plaatsen microfoons in de bossen die vogel geluiden opnemen. Een AI-tool houdt dan bij hoe de vogelpopulatie verandert terwijl de bossen groeien.” Ook hier is de gemeenschap essentieel. “Zij moeten ons eerst vertellen welk geluid bij welke vogel hoort, voordat de computer ze kan herkennen.”

Julius heeft een eDNA-cursus gevolgd en hoopt daar binnenkort ook mee te kunnen werken. Die technologie kan achtergelaten DNA, bijvoorbeeld in uitwerpselen, herkennen in het water, waardoor ook de vispopulatie kan worden bijgehouden. “Tijdens mijn studie natural resource management werkten we met ouderwetse kaarten. Satellieten en drones waren nergens te bekennen, laat staan dingen als bio-akoestiek en eDNA.” Julius functioneert voor sommige start-ups als proefkonijn en mag de technologie dus gratis gebruiken. “Maar die technologie is een extraatje”, benadrukt hij. “Ons werk blijft gericht op bewustzijn creëren. Voor ons is het duidelijk: zonder de gemeenschap is al deze technologie zinloos.”

Financieel duurzaam

Dat de veranderingen straks beter worden bijgehouden, is niet alleen essentieel om de voortgang op nationaal niveau te meten, maar ook voor Julius’ huidige project. In het dorp Marereni, zo’n 170 kilometer ten noorden van Mombasa, werkt COBEC samen met de Amerikaanse ngo SeaTrees. Om het project te bekostigen, geeft SeaTrees zogenaamde biodiversity credits uit. Donoren, zowel particulieren als bedrijven, kopen de credits en betalen zo mee aan het planten van een blok van 100 vierkante meter. Om te laten zien dat de biodiversiteit daadwerkelijk toeneemt, is nauwkeurige monitoring essentieel. Er wordt van alles bijgehouden: van de groei van de bomen tot de toename van mangroveslakken en kleine wenkkrabben die nestelen in de grond en zo zorgen voor zuurstof in de bodem.

“We plaatsen microfoons in de bossen die vogelgeluiden opnemen”

Maar deze credits hebben beperkingen, blijkt tijdens een rondrit langs een zieltogend mangrovebos buiten Marereni dat tussen uitgestrekte zoutvelden ligt. Nergens groeien nieuwe boompjes. Het geld was op, dus dit jaar is er niets geplant. Julius neemt me mee door het slik naar een deel dat volledig is afgestorven. Door natuurlijke omstandigheden is dit stuk afgesloten van de getijden, waarna het water verdampte en de grond is verzilt. Julius werkt hard aan herstel van het bos, maar heeft moeite om daar sponsors voor te vinden. “In dit zoute moeras kunnen we voorlopig nog niet planten. Maar de meeste sponsors meten het succes van het project toch in hoeveel bomen er worden geplant, niet in hoe goed een ecosysteem herstelt.”

In Mombasa merkt Mbaarak Abdalla eenzelfde probleem. “Sponsors geven ons vaak maar één eis mee: plant een x-aantal bomen. Alles wat ons levensonderhoud op de lange termijn kan verbeteren, mogen we doen als er geld over is.” Toch hoopt COBEC-oprichter Edward Mwamuye dat biodiversity credits een financieel duurzame manier worden om hun werk voort te zetten. “Het is heel simpel”, begint hij. “Zonder internationale donors kunnen we niets. Waar in Kenia moeten we fondsen vinden? Je kan geen steun zoeken bij mensen die zelf steun nodig hebben.”

Community owned

Door alle financiële onzekerheden rond het planten, wordt het extra belangrijk om de gemeenschap duurzaam te laten meeprofiteren van het bos. Erastus Kithi trekt sinds 2018 rond als conservation education officer voor COBEC. Hij houdt bijeenkomsten om mensen warm te maken voor de mogelijkheden van mangrovebossen: naast bijenhouden en vis kweken bijvoorbeeld ook een restaurant beginnen of kano-tours geven. Ze moedigen mensen aan een groep te beginnen, om samen zo’n activiteit vorm te geven. Rond Mida Creek, in het stranddorpje Watamu, zie je nu overal bordjes met community owned. “We zien dat het werkt”, vertelt Erastus. “En de mensen zien dat ook. Waar ik aan het begin blij was met twintig mensen op een bijeenkomst, komen er nu minstens vijftig.”

Salma Abdalla staat midden in haar restaurant. De zon schijnt naar binnen. Salma is een zwarte vrouw en draagt een wit shirt, witte hoofddoek en blauwe spijkerbroek.
Salma Abdalla

Salma Abdalla is lid van zo’n groep. Samen met twintig anderen begon ze het restaurant Dhow House, aan de rand van het mangrovebos in Mida Creek. “Vroeger trok ik de bossen in om hout te zoeken voor houtskool, dat ik dan weer kon verkopen. Nu vertel ik mijn buren waarom ze dat niet moeten doen”, zegt de 29-jarige restauranthouder. Salma en haar groep werden betrokken bij het herstel van dit stuk mangrovebos door bomen te planten. Het geld dat ze toen verdienden, zit nu in dit restaurant. “We verdienen nog niet genoeg om allemaal van te leven, maar het is al meer dan we ooit kregen voor hout uit het bos.” Projecten als Dhow House aanmoedigen, is een essentieel onderdeel van het werk, legt Erastus uit. “Door al deze projecten is de gemeenschap financieel afhankelijk van een gezond bos. Dat is een enorme motivatie om het te willen behouden.”

Kom op de mailinglijst

Schrijf je in voor de D2E nieuwsbrief

Categorie: Jongeren, Natuur, Natuurbeschermers Tag: bossen, gemeenschap, grassroots, Kenia, Mangrove, Mangrovebossen, technologie, visserij Verschenen in: Down to Earth 97

Simon Vera

Schrijver

  • Alle artikelen van Simon Vera op Down To Earth Magazine

Gerelateerde berichten

Uitgesproken

“Je moet ook technologie bedenken waar niemand om vraagt”

Tim van Deursen bedenkt bij Hack the Planet technologische oplossingen voor klimaat-gerelateerde problemen.
Klimaatrechtvaardigheid

Voor de Maasai zijn milieu en mensenrechten een en hetzelfde

In de volgebouwde Maasai Mara strijden de Maasai met een rechtszaak tegen nóg een safari resort. Voor natuurbehoud én voor erkenning.
Natuur

Natuurinclusief bouwen: je huis in het ecosysteem

Het massaal klimaatneutraal maken van bestaande woningen kan een groot verlies aan biodiversiteit in de stad met zich meebrengen. Een aantal architecten werkt aan een nieuwe trend die dit kan keren: natuurinclusief bouwen. Over gekookte vogeleieren, pop-up natuur, ‘bruine’ daken en bomen aan de muur.
Natuur

Met ecoloog Merel Zweemer naar het Psyfi-festival

Muziekfestivals lijken vaak een behoorlijke aanslag te plegen op de natuur ter plekke. In Friesland houdt ecoloog Merel Zweemer in de gaten welke soorten daaronder lijden. “De enige die last heeft van dit platgetrapte gras is de recreant.”

Milieudefensie, we kunnen niet wachten

Down to Earth is een uitgave van Vereniging Milieudefensie

Willem Fenengastraat 19-23
1096 BL Amsterdam
redactie@downtoearthmagazine.nl

Klantenservice

service@milieudefensie.nl
020 6262 620 (ma-do 9.30-16.30)

Direct naar

  • Over ons
  • Word abonnee
  • Disclaimer
  • Privacy en cookies

Socials

  • Facebook
  • LinkedIn
  • RSS

Nieuwsbrief

  • Nieuwsbrief