
Met aanstekelijke acties en plandelsafari’s laat Anton Damen, aka de Plandelman, zien dat iedereen iets kan doen tegen zwerfafval. Niet met wijzende vinger, maar met opgestoken duim.
De Landelijke Opschoondag, op 21 maart, was jarenlang de enige dag in het jaar waarop Anton ‘de Plandelman’ Damen géén zwerfafval raapte. “Die dag wordt georganiseerd door de verpakkingsindustrie. Pure greenwashing. Bedrijven als McDonald’s, Mars en Coca-Cola zijn partners. Het frame is dat burgers de rotzooi moeten opruimen die deze bedrijven verkopen. Daar pas ik voor.”
Antons alter ego Plandelman is een supermanachtige opruimheld. Zonder rode laarzen, maar wel met grijpstok. ‘Plandelen’ is een combinatie van wandelen en plastic opruimen.

Het begon allemaal met een persreis die niet doorging. Als journalist werd Anton uitgenodigd door een producent van hervulbare plastic flesjes: of hij een reportage wilde maken over een opruimactie in Honduras, waar een rivierdelta na overstromingen was dichtgeslibd met plastic afval. “Op foto’s zag ik dat mensen er tot hun knieën in de flesjes stonden. Dat waren deels ónze flesjes, want er zaten Nederlandse etiketten op. Maar de krant vond het geen geschikt verhaal, het was te ver van ons bed. Voor mij waren die foto’s juist een enorme eyeopener, en de afwijzing opende een luikje in mijn brein. Ik hoefde helemaal niet naar Honduras te vliegen om daar te gaan opruimen, ik kon zorgen dat onze zooi niet naar de andere kant van de wereld dobbert. Plastic soep begint op je stoep! Vanaf dat moment begon ik elke keer dat ik ergens liep iets op te rapen.”
Om buurtbewoners mee te laten doen, maakte Anton een appgroep. Hij zette een knijperhub bij zijn huis (“een soort minibieb, maar dan met afvalgrijpers”), zodat iedereen makkelijk zwerfafval kon rapen. “Heel veel mensen plandelen, of ze het nu zo noemen of niet. In een groepje, solo, als ze de hond uitlaten. Maar meestal gebeurt dat in bescheidenheid en stilte, waardoor het niet opvalt hoeveel mensen zich zorgen maken over dit probleem. Toen dacht ik: als journalist en verhalenverteller kan ik het juiste haakje vinden om een niet-sexy onderwerp als dit vaker in de media te krijgen en zo de bewustwording te vergroten. Mijn vrouw heeft een website gebouwd en ik ben allerlei acties gaan bedenken.”
“De lobbykracht is groot, maar wij zijn met meer”
Inmiddels organiseert Anton plandeldagen- en weken in verschillende steden, neemt hij kantoormedewerkers mee op plandelsafari en probeert hij het woord plandelen in de Van Dale te krijgen. “Als je mensen vraagt of ze meegaan met afval rapen, klinkt dat niet erg aantrekkelijk. Plandelen klinkt een stuk gezelliger. Soms verander je de wereld door de taal te veranderen.”
Wat vind je zoal tijdens je plandelingen?
“Vooral restanten van de to-go-cultuur. Koffiebekers, McDonaldsverpakkingen, broodzakken van de supermarkt, Capri-Sun-zakjes. Veel zwerfafval ontstaat door hoe producten zijn ontworpen en gebruikt. Zo’n broodzak bestaat uit papier en plastic, dat valt niet te recyclen. En uit zo’n drinkzakje blijft sap lekken, dus die willen mensen niet in hun tas stoppen. Het is te simplistisch om het individu de schuld te geven van het zwerfafvalprobleem. Ik zie vaak genoeg mensen die hun afval netjes in een vuilnisbak doen, maar dan zit zo’n bak te vol, of een vogel trekt de spullen er weer uit.”
Je wilt mensen bewustmaken, lukt dat een beetje?
“Enorm! Als ik met werknemers of scholieren ga lopen, hoor ik vaak: ‘bij ons ligt niks’. Dat komt omdat we allemaal rondlopen met een smartphone en oortjes. We zien niks meer buiten dat scherm. Dus laat ik mensen eerst een minuutje stilstaan en kijken. Daarna zien ze ineens van alles liggen. Onder een bosje, tussen de tegels, overal.

Wat zwerfafval betreft vallen me altijd twee dingen op: mensen geven altijd iemand anders de schuld. Maar het merendeel van wat ik op straat vind, is niet per se expres door enorme aso’s op straat gesmeten. Het zijn verloren voorwerpen: haarelastiekjes en fietsonderdelen. We zijn vooral sloddervossen. Daarnaast passen we een soort magisch denken toe: als we het niet meer zien, is het er ook niet. Dus we verstoppen het. Onder een bankje, in een putje. En dan hopen we dat iemand – de gemeente, het waterschap – alles zal opruimen. Maar juist als je het niet meer ziet, wordt het echt onbeheersbaar. Dan valt het uiteen in micro- of nanoplastics.”
Denk je dat activisten als jij de druk op het systeem kunnen opvoeren?
“Zeker! De verpakkingsindustrie heeft de invoering van statiegeld 20 jaar weten tegen te houden, maar dankzij activisten als Zwerfinator en The Plastic Soup Surfer is het er toch van gekomen. Nu ligt er 80 procent minder blikjes en flesjes op straat. Ook snoepverpakkingen van Antaflu en Napoleon zijn nu, door een naming-en-shaming-campagne, van papier met een waslaagje in plaats van plastic. De lobbykracht is groot, maar wij zijn met meer.”
Er wordt geklaagd dat prullenbakken worden opengemaakt door mensen die op zoek zijn naar statiegeld.
“Dat is een hardnekkig verhaal dat ook graag wordt gebruikt wordt door de verpakkingsindustrie. Die zien daarin een kans om weer van dat statiegeld af te komen. We hebben een landelijke prullenbak-telactie gedaan, bij 98 procent van de prullenbakken zag het er gewoon netjes uit. Ik ben nu bezig met een speciale Goodie Bag die op openbare plekken opgehangen kan worden, daar kun je statiegeldblikjes en -flesjes doneren voor mensen die het geld hard nodig hebben. Vind ik sympathieker dan ze in een prullenbak gooien en daarna de mensen die door omstandigheden gedwongen zijn het eruit te halen, de schuld geven. De verpakkingsindustrie probeert nu trouwens op andere manieren onder statiegeldverpakkingen uit te komen, bijvoorbeeld met ‘kartonnen’ drankverpakkingen met plastic binnenlaag – sjoemelplastic dus eigenlijk. Daarvan zien we er nu meer op straat.”
Ook de roker kan bij jou op coulance rekenen.
“Peuken zijn een groot probleem, maar het is te makkelijk de schuld alleen aan de roker te geven. Dertig jaar geleden rookte iedereen binnen en zag je bij hoge uitzondering een peuk op straat. Nu zijn alle rokers naar buiten verdreven, maar ze krijgen geen asbak, want alle school- en bedrijfsterreinen willen rookvrij zijn en asbakken worden gezien als het faciliteren van roken. Maar een verslaving los je niet op door ergens een bordje op te hangen met ‘verboden te roken’.
“Best veel rokers nemen hun peuken mee, in hun jaszak of de omgeslagen pijp van een spijkerbroek”
Bovendien is rookvrij niet peukvrij. Soms liggen er wel peukentegels, met van die rastertjes, maar dat zijn ondingen. Vaak vallen de peuken ernaast én worden ze niet op tijd geleegd, één regenbui en alle gifstoffen zitten in het grondwater. Bovendien leren ze verkeerd gedrag aan, namelijk dat je afval op de grond moet gooien. Als ik rokers zie, geef ik ze een PeukenPocket, een zakasbakje. Je kunt peuken ook in de vuilnisbak doen als ze gedoofd zijn, daar voert Rijkswaterstaat nu campagne voor. Overigens blijken best veel rokers hun peuken keurig mee te nemen, in hun jas- of broekzak, of in de omgeslagen pijp van een spijkerbroek.”
Peukenlobby
Het was mede-opruimer Bernadette Hakken, alias het Peukenmeisje, die Anton op het peukenprobleem wees. “Ik dacht dat sigarettenfilters van papier waren, maar ze bestaan grotendeels uit plastic. Ook wist ik niet hoe vervuilend ze waren. Eén peuk vervuilt 1.000 liter water. Dat is alleen nog maar de nicotine, er zitten ook zware metalen en allerlei gifstoffen in. We moeten dus gewoon voorkomen dat sigarettenfilters op straat terechtkomen. Daarom hebben we met een grote groep activisten, ngo’s en gemeenten de Europese Commissie opgeroepen om sigarettenfilters te verbieden. Dat kan door de filters tot single-use-plastics te rekenen, net als het rietje en wattenstaafje. Helaas heeft de peuk een heel wat sterkere lobby dan het wattenstaafje.”
Hoe krijg je mensen enthousiast?
“Mijn motto is: do good out loud. Maak het groot, overdrijf het. Daarom loop ik rond in een supermanachtig T-shirt en een jet pack gevuld met peuken en vapes op mijn rug. Ik doe van alles om de aandacht te trekken. Ik heb bijvoorbeeld een sjabloon met ‘Hier begint de zee’. Met krijtverf spuit ik die boodschap op straat, voor afvoerputten, waarvandaan ons afval via het riool rechtstreeks in zee verdwijnt. Die kreet heb ik niet zelf bedacht, maar als iets werkt, gebruik ik het. En op Blue Saturday – de dag na Black Friday, wat natuurlijk een verschrikkelijke dag is van ongebreideld consumentisme – roep ik mensen op om met een blauw krijtje een rondje om een sigarettenpeuk te tekenen, als ware het een crime scene. Dat maakt goed zichtbaar hoe ongelooflijk veel peuken er liggen.


Dit jaar heb ik tijdens de Landelijke Opschoondag trouwens toch opgeruimd, ik wil eigenlijk ook niet dat de grote verantwoordelijken bepalen wat ik op die dag níét ga doen. Natuurlijk wel onder eigen vlag en titel. Samen met de Troep Troopers Eindhoven hebben we tijdens een Rommel uit de Dommel Cleanup 345 kilo troep uit het water gevist. Begin juni is er een weeklange Plandelparty in Utrecht, met debatten, plandelpopconcerten, een lezing van de Plastic Soup Surfer, filmvertoningen en plandelbingo’s.”
Wat hoop je dat plandelen bij mensen teweegbrengt?
“Ik wil mensen vooral laten ervaren dat ze zelf impact kunnen maken. Plandelen is een gateway naar een state of mind, in goed Nederlands. Zaken als niet vliegen, geen vlees meer eten en korter douchen zijn allemaal heel belangrijk, maar ze zijn niet tastbaar. Plandelen is dat wel, wat dat zwerfafval ligt er niet meer als jij bent geweest. De kracht ervan is dat je het andere mensen ziet doen. Niet in een hesje, niet van de gemeente, maar gewoon je buurvrouw. Dat inspireert. Het is gezellig, je krijgt energie van en het helpt ook nog eens een keertje tegen grote problemen in de wereld.”



Recente reacties