
Midden in de Egyptische Sahara veranderen de uitgestrekte zandduinen nabij de oase Fayoum plotseling in vreemde rotsformaties. Het roodgele zand glimt en flonkert in het felle zonlicht. Aanvankelijk denkt de nietsvermoedende reiziger op bergen af te stevenen, maar wie beter kijkt ziet versteende mangrovebomen en koraalriffen. Het glinsteren blijkt afkomstig van miljoenen schelpen, haaientanden en vissengraten. In dit onwerkelijke maanlandschap liggen de reusachtige fossielen van 380 prehistorische walvissen, 37 tot 40 miljoen jaar oud: de grootste vindplaats ter wereld.
Het gebied is alleen per jeep of dromedaris te bereiken en nauwelijks bekend. Toch bevindt zich hier een uniek klimaatmuseum. Gemaakt van rode aarde en gevormd als een fossiel gaat het vrijwel onzichtbaar op in het landschap. Het vertelt het verhaal van de wereld zoals die ooit was: een groene Afrikaanse kustlijn met mangrovebossen en grote landdieren, zoals het zogeheten Fayoumdier, dat doet denken aan een kruising tussen een neushoorn en een nijlpaard. Tegelijk waarschuwt het museum voor de toekomst. Land dat ooit zee was, dreigt opnieuw onder water te verdwijnen. Op een kaart zie ik Nederland al blauw gekleurd.
Ik kende Wadi el-Hitan, de Walvissenvallei, niet en belandde er in 2023 min of meer per toeval. Alleen liep ik over de kilometerslange versteende oceaanbodem. Als alles verdwijnt, staat dit museum er nog als bewijs dat we het wisten, dacht ik. Een treurige, maar ook rustgevende gedachte.
Voor het eerst in lange tijd voel ik hoop
Afgelopen december bezocht ik opnieuw een museum in Egypte: het gloednieuwe Grand Egyptian Museum, het grootste archeologische museum ter wereld gewijd aan één beschaving. Woorden schieten tekort om de architectuur en de collectie te beschrijven. Meer dan 50.000 objecten tonen het verhaal van de oude Egyptenaren, van jagers-verzamelaars tot farao’s; nog eens 50.000 liggen in depot.
Geen beschaving had zo’n langdurige invloed op de wereldgeschiedenis. De drie grote Egyptische rijken besloegen samen ruim 3000 jaar. Anders dan andere rijken kenden de Egyptenaren geen expansiedrift. Ze investeerden alles in hun eigen stroomgebied, wat resulteerde in een ongekende rijkdom aan monumenten. Nog steeds worden er vrijwel dagelijks nieuwe ontdekkingen gedaan.
Niet alleen de hoeveelheid overweldigt, maar ook de kwaliteit. Kunstig ingelegde stoeltjes en tafeltjes van 3500 jaar oud zien eruit alsof ze gisteren zijn gemaakt—ware het niet dat hedendaags handwerk daar vaak bij achterblijft. Twee dagen dwaal ik door het museum, zonder de collectie echt recht te kunnen doen. Hoewel het volledig over het verleden gaat, voelt het als een museum van de toekomst: een laatste getuigenis van wat de mens ooit kon. Opnieuw een treurige, maar ook rustgevende gedachte.
Maar terwijl ik oog in oog sta met het elf meter hoge standbeeld van Ramses II, voel ik iets anders. Elke lijn van zijn gelaat en gespierde torso lijkt gisteren uitgehouwen. Het 3200 jaar oude beeld, jarenlang zwartgeblakerd door smog in het centrum van Caïro, is na restauratie weer in perfecte staat. Het overleefde overstromingen, aardbevingen, verwoestijning, invasies, pandemieën, urbanisatie en zelfs het chaotische verkeer van Caïro. Voor het eerst in lange tijd voel ik hoop. Als zo’n beeld zoveel kan overleven, dan kan de mensheid dat wellicht ook. Zou het kunnen dat we toch nog niet helemaal verloren zijn of verloren zullen gaan?



Recente reacties