
Ik voelde ineens iets wat ik al lang niet had gevoeld bij linkse politiek: liefde en plezier. Mijn schouders zakten, en tussen een inademing van groeiend fascisme en een uitademing van een hete klimaatzomer kwam een briesje hoop binnen waaien. Zohran Mamdani, de burgemeester van New York, had ervoor gezorgd dat de lichten van de voetbalvelden in New York ’s nachts ook aan bleven. In een campagnefilmpje vertelden nachtwerkers hoe blij ze waren na hun werk stoom te kunnen afblazen met een potje voetbal. Smooth gefilmd en ge-edit, natuurlijk, maar daarmee niet onoprecht. Wat een feest dat ook dit politiek mag zijn.
Belichte voetbalvelden klinken misschien als een extraatje, maar het is essentiële klassenpolitiek. Verder op Mamdani’s lijstje: gratis openbaar vervoer, gemeentelijke supermarkten, gratis kinderopvang. Zien we hier in de scheurtjes van de neoliberale koortsdroom dan toch een nieuwe linkse politiek ontstaan? Uitgesproken socialistisch, liefdevol, vrolijk, sassy? De ideeën zijn niet nieuw, maar politiek gaat altijd over oude ideeën in nieuwe jasjes. En misschien is dat het punt. Wat als we minder ‘innovatie’ nodig hebben, en vooral een vintage jasje voor goede ideeën?
Die nieuwe politiek komt als geroepen voor mij. Klimaatactivisme gaf me ruimte om mijn woede en verdriet te delen, maar ik werd er ook hard en ernstig van. In een trainingspresentatie die ik ooit deed, kreeg ik de feedback dat ik praat alsof alles belangrijk is, en of ik niet af en toe wat lucht kon toevoegen. Nou zie ik mezelf niet snel een grap maken na het bespreken van, zeg, een klimaatramp, maar de trainer had een punt: waarom voelt álles zo belangrijk en ernstig?
Het is gevaarlijk als plezier alleen bij rechts hoort
In The Politics of Feeling vatten geografen Ben Anderson en Anna Secor populisme, progressivisme en liberalisme op als gevoelsstructuren: het zijn drie antwoorden op dezelfde onzekere tijd, nu de belofte van vooruitgang is weggevallen. Het rechtse populisme belooft erkenning aan wie zich onttroond voelt, vooral witte mannelijkheid, en spreekt vrij van schuld: het ligt aan de ander en aan de elite. Tegelijkertijd biedt het optimisme en humor. Maar wie de grap niet kan waarderen, hoort er niet bij.
Maar het is gevaarlijk als plezier alleen bij rechts hoort, waarschuwen de auteurs. Volgens Anderson & Secor heeft het liberalisme een optimistische toekomstblik van technologische oplossingen en biedt het de hoop dat je verder kunt zonder veel over politiek na te denken of te voelen – al is die hoop zwak. Populisme belooft een toekomst waarin je kunt terugkeren naar een verleden waarin je wél alles kan zeggen.
De progressieven, in tegenstelling, kennen geen ‘beter verleden’ om naar terug te gaan en zien tegelijkertijd de toekomst als een ramp in wording. Dus álles telt nu, want de juiste daad kan het verleden goedmaken en de ramp tegenhouden. In zo’n verhaal is vooral ruimte voor schuldgevoel en heldendom, en daarmee verdwijnt elk optimisme ver uit beeld en kan elke vorm van plezier ook een teken van verraad zijn.
Wat als linkse politiek ruimte maakt voor een structuur waarin meerdere emoties tegelijk welkom zijn? Rouw en verdriet en woede en blijheid. Waar ernst naast lichtheid bestaat? Natuurlijk moeten die wel gekoppeld zijn aan hele concrete oplossingen. Dus hier een wensenlijst voor een progressieve emotionele politiek: gratis bussen, gemeentelijke supermarkten, een huurstop, gratis kinderopvang, en bredere, kleurrijkere jasjes om politieke ideeën in te verpakken.
Lena Hartog is co-producent van de docu The Cost of Growth (sinds november 2025 te zien in Nederland), PhD-kandidaat aan de Universiteit Utrecht en schreef het boek Wat jou te doen staat voor het klimaat: een actiegids.
