
Rozemarijn Warning, 36
Is Projectcoördinator opleidingstrajecten en trainer, parttime teamleider bij een supermarkt
Missie plantjes verpotten in een tuincentrum
“Bij de reclassering langsgaan was grappig. Die ambtenaar was een kale getatoeëerde man en ik zat daar in m’n nette kleren. Ik heb nog voor ik uitgenodigd werd gebeld voor een afspraak, want ik heb twee banen, werk zo’n 48 uur per week. Ik kwam met een collega van Milieudefensie terecht in een tuincentrum, wij waren wel een uitzondering onder de taakstraffers. Tegelijk liep daar een sociaal project. Die mensen zaten daar niet tijdelijk, zoals ik. Ik schrok wel een beetje van de uitzichtloosheid.
Ik hou van schoenen en kleding, dus ik voldoe niet aan het plaatje. Activist ben ik een beetje per ongeluk geworden. Stond ik ineens voor Milieudefensie als Miss Piggy in alle kranten. Maar mijn ouders deden ook van alles, haalden Koerdische vluchtelingen in huis. Ik heb niet veel met hardcore types die trots zijn op een veroordeling. Ik wist dat het kon gebeuren, maar ik vind het nogal wat, want ik wil misschien best bij de overheid werken. Toch vertrouw ik Milieudefensie. Ik heb zelf in het de-escalatieteam gezeten dat naar Kopenhagen ging, alles is altijd strak geregeld.
Ik doe dit omdat ik het mijn burgerplicht vind. Als je iets waardeert, moet je je ervoor inzetten. Ik neem vrij om de Uitmarkt op te bouwen, want ik vind cultuur belangrijk. Ik collecteer voor het brandwondencentrum, ik doneer bloed. Op mijn werk was het geen probleem, ik deed de taakstraf in een rustige periode. Mijn familie moet er vooral om lachen: ik ben ’tante freaky’. En een vriend zei: jij bent de braafste persoon die ik ken en ook de enige met een strafblad.”
